Vlooien

WAAROM HET SOMS MAAR NIET WIL LUKKEN HET VLOOIENTHEATER UIT TE ROEIEN

Is het vlooientheater als kermisattractie inmiddels voltooid verleden tijd, als ‘plaag’ is dat allerminst het geval. Ondanks het grote scala aan vlooienbestrijdingsmiddelen en alle goed bedoelde adviezen lukt het soms maar niet om de kriebelende kruipers de baas te worden. Zeker in zo ’n fantastische zomer als we dit jaar beleven worden diereigenaren bijwijlen radeloos. Waarom gaat het mis?

Wat er überhaupt nou zo erg aan vlooien is? Moeten we ze eigenlijk wel bestrijden?

In de eerste plaats geven ze jeuk en onrust bij onze huisdieren. Zeker als het hondenbeest of poeslief allergisch is voor vlooienbeten. Met chronische huidklachten als gevolg. Mensen kunnen trouwens ook behoorlijk overgevoelig reageren. Maar daarnaast zuigen vlooien soms zoveel bloed dat er bloedarmoede optreedt; kittens of pups kunnen daar zelfs dood aan gaan. Bovendien kunnen vlooien ziekten overdragen of de gastheer een lintwormbesmetting bezorgen. Redenen genoeg om de ‘beweeglijke dierkens’ om zeep te helpen dus.

Om een vinger achter het mislukken van de vlooienbestrijding te krijgen, is enige notie van de vlooiencyclus op zijn plaats. De meeste diersoorten hebben hun eigen vlo. Doch, vlooien zijn niet erg kieskeurig: ze parasiteren net zo lief een andere gastheer. In ons land is het de kattenvlo, die het meest problemen veroorzaakt.

Een volwassen vlo zoekt een geschikt huisdier en doet zich tegoed aan diens bloed. Om te overleven gedraagt een vlo zich als een minivampiertje: hij kan en moet het bloed van zijn gastheer dagelijks wel drinken! Gemiddeld leeft een vlo meestal nog geen twee weken, zonder een gastheer slechts een paar dagen.

Vlooien zijn buitengewoon vruchtbaar. Al na twee dagen begint het vlooienvrouwtje eitjes te leggen. Tot wel vijftig per dag. Die vallen uit de vacht van de gastheer overal in diens omgeving. Veelal ook in huis, het meest in de mand. Binnen enkele dagen kruipen de larfjes uit hun schulpje en deze voeden zich met huidschilfers en vlooienpoep. Ze houden niet van licht en verstoppen zich in naden en kieren of vloerbedekking. Na een aantal dagen verpoppen ze zich in een cocon. Die komt uit als het vooral lekker warm en vochtig is. Trillingen triggeren het uitkomen. Berucht is de vlooieninvasie na langdurige afwezigheid tijdens vakantie: de thuiskomst bevordert de massale explosie. De hele cyclus duurt onder gunstige omstandigheden slechts twee weken; een cocon kan soms echter ook wel twee jaar geduld hebben!

Resumerend geldt dat slechts 5% van de vlooien op het dier zit; de rest zit als potentiële opvolgers in de omgeving. En: 10 vlooien kunnen in een maand tijd onder gunstig gesternte voor meer dan 100.000 nakomelingen zorgen. Tel uit je winst!

Met deze kennis is het eenvoudiger de vinger op de zere plek te leggen aangaande het mislukken van de vlooienbestrijding. Hoe eerder in het seizoen de verdelging wordt aangevangen, hoe minder vlooien je te lijf moet. Bovendien raakt de omgeving minder ‘besmet’. Maar naast vroegtijdig opstarten moet wel consequent volgens de voorschriften worden (na)behandeld. Elke maand sprayen of een pipetje in de nek druppelen moet ook daadwerkelijk gedaan worden. Op de kalender of in de agenda noteren bevordert de therapietrouw; een maand is namelijk vaak sneller om dan je denkt.

Ook is het van belang ALLE huisdieren te behandelen en niet alleen het beest dat allergisch is. De andere dieren hebben misschien wel  minder hinder, maar brengen de vlooienplaag wel mee naar binnen.

Volg de instructies nauwkeurig op en doseer voldoende op de juiste plek. Een pipet op de huid aanbrengen betekent niet dat deze een beetje in de vacht kan worden leeg geknepen. Als het dier één keer schudt, is de werkzame stof zo vertrokken. En te snel wassen en zwemmen of lopen door de regen daarna kan ook de werking verminderen.

Tevens is het van groot belang dat de omgeving goed aangepakt wordt. Geregeld stofzuigen in huis is prima, maar sluit daarna de zak goed af en werp deze weg. Ouwe kleden uit de mand kunnen ook beter weggegooid worden in plaats van behandeld. Daarnaast zijn er middelen die op het dier toegepast kunnen worden waarin groeiremmers zitten. Deze zorgen ervoor dat vlooien steriel worden of dat de ontwikkeling van larven in de omgeving van het dier ontregeld raakt. Veelal zijn deze middelen zeer specifiek voor insecten en totaal onschadelijk voor zoogdieren. Tenslotte zijn er speciale mand- en tapijtsprays, waarvan de allerbeste tot wel een half jaar de vlooiencyclus buiten het dier geheel doorbreken.

Het niet onder controle kunnen krijgen van een vlooienplaag vindt zijn oorzaak vaak in de ‘levensstijl’ van dier én eigenaar. Hygiëne speelt daarin een grote rol. Maar niet alleen. Als het eigen huis spik en span is maar jouw huisdier speelt dagelijks met het wandelend vlooienspel van de buren, dan zul je nu en dan toch ook van die zwarte springers op jouw beest aantreffen.

Bovendien hebben mensen vaak een verkeerd verwachtingspatroon. Als er eenmaal in de nazomer een vlooienexplosie heeft plaatsgevonden is dat niet met één enkele behandeling op te lossen. Uitsluitend een puike totaal aanpak zal dan afdoende zijn. Het woord ‘vlooienmarkt’ is een leenvertaling uit het Frans: marché aux puces. Waarschijnlijk zijn of waren de Franse rommelmarkten vergeven van de vlooien, omdat deze werden bestreden met de Franse slag. En die volstaat dus niet.

September 2009

Ctenocephalides felis, de kattenvlo, sterk vergroot

Reacties zijn gesloten.