Supertrio

Boeren liggen geregeld onder vuur. Is het niet de ‘landschapspijn’, dan is het wel de regelgeving waaronder ze gebukt gaan. Zeer recentelijk nog de ‘kalversterfte’ in de melkveehouderij. Omstandigheden spelen daarin de grootste rol. Vergelijk het met babysterfte: als je in Afrika wordt geboren is jouw overlevingskans minimaal tien keer slechter dan in Nederland. Zeker, de kalveropfok was nogal eens een ondergeschoven kindje op de boerderij. Immers, de verdienste wordt vooral met het melken gescoord. Maar de meeste boeren zijn ondertussen wel degelijk doordrongen van het feit dat je de ‘opvolgers’ van jouw huidige veestapel moet koesteren omdat een goede start van een koekalf zich later laat vertalen naar een betere melkgift bij de volwassen koe. Dat laat onverlet dat de meeste boeren weinig energie steken in een afwijkend of te vroeg geboren kalfje, omdat het weinig kans maakt de mesterij te halen, laat staan ooit een volwassen koe te worden. Zoals zo vaak; uitzonderingen bevestigen echter ook hier de regel!

Wierd werkt op de boerderij van Ids. Inderdaad, de schaatser. Wierd was een beetje verbaasd, want de koe die aan het kalven was, was nog helemaal niet aan de tijd om dat te doen. Meer dan een maand te vroeg. De verbazing werd allengs groter omdat het kalfje nagenoeg probleemloos uit de moederkoe floepte. Hij ving het op en zag dat het onmiddellijk goed begon te ademen en kraakhelder uit de oogjes keek. In de reguliere kalverbox zou dit onderdeurtje van amper 15 kg wellicht het onderspit moeten delven dus besloot Wierd het koekalfje mee naar huis te nemen. Na een flinke slok biest belandde het in de kofferbak.

Thuis gekomen ontfermde de kloeke stabij Nynke zich samen met haar baas over ‘Femke’, zoals het kalfje werd vernoemd naar de toenmalige ‘scharrel’ van de boerenknecht. Nynke kon uitstekend haar moedergevoelens botvieren op Femke. Ze liet haar tepels zelf aflebberen, maar kon uiteraard niet plotsklaps voor melk zorgen. Dat kon Wierd wel: viermaal daags kreeg het dappere koekalf de fles en zienderogen groeide ze. Na ruim een maand had ze vrijwel het normale geboortegewicht van een klein, pasgeboren kalfje. De woonkamer maakte plaats voor de tuin, waarin ze samen met Nynke dartelde.

Uit voorzorg had ze nog steeds geen oormerken gekregen; de kans was immers vrij groot dat ze het niet zou redden. Maar nu durfde Wierd die stap ook wel te nemen. Ze kreeg oornummer 5115 en werd meteen officieel geregistreerd. Onderhand werd het tijd dat ze naar de jongveestal vertrok om te socialiseren. Eerst in het schapenhok en later ook met soortgenoten. Stel je voor, ze zou immers in een enorme identiteitscrisis gestort worden als ze maar bleef denken dat ze een pup was…

Dit voorval gebeurde ruim 2,5 jaar geleden. Bij de laatste drachtcontrole de afgelopen maand kreeg ik Femke aangeboden. Ze is altijd een kleine koe gebleven, maar geeft desondanks ruim 30 liter melk per dag! Een zeer efficiënt melkkoetje voor Ids. Met grote dank aan Wierd en Nynke. Tezamen met Femke vormden ze een uniek trio. Wierd doet mij dit relaas op de hem kenmerkende manier met een zweem van onverschilligheid, maar hij zou het best met wat meer trots mogen vertellen. Het mag namelijk verteld worden, zeker indachtig de aanvang van deze bistedokter. Sterker nog: het móet verteld worden! Of Femke drachtig was? Uiteraard, dat laat zich raden! Waarschijnlijk heeft Wierd haar zelf geïnsemineerd. En Nynke? Die speelt momenteel met een pasgeboren geitje in de tuin.

April 2019

Dit bericht is geplaatst in COLUMNS. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.