Mummelbekkie

Mous is een echte prater. Er zat een viertal katten in de opnameruimte en Mous moest daarvan pas als laatste onder behandeling. Iedere keer als ik binnenkwam probeerde hij mauwend mijn aandacht te trekken. Toen ie eindelijk aan de beurt was kreeg ik vriendschappelijk kopjes en ‘kletste’ hij maar door. De narcoseprik onderging Mous vervolgens gelaten.

Het gebit van Mous was wederom een puinhoopje. Bij hem is het niet uitsluitend een kwestie van achterstallig onderhoud, aanleg speelt ook zeerzeker een rol. Zeg maar ‘slecht gemaakt’. De laatste twee beurten waren binnen een jaar geleden gedaan. Natuurlijk gaan ook de twaalf levensjaren van de kletskater tellen. Bij de vorige controle had ik al met de eigenaresse afgesproken dat er de eerstvolgende keer nog maar één mogelijkheid overbleef: alle resterende elementen verwijderen. Bijna alles dan, want toen ik met Mous klaar was had ie nog twee puntgave hoektanden over. Eentje boven en eentje onder…

Vier op de vijf honden en katten ouder dan 3 jaar hebben last van hun gebit. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door tandplak en tandsteen. Dat geeft irritatie van het tandvlees. Dat wordt rood en gaat snel bloeden. Uiteindelijk geeft dat terugwijkend tandvlees en dan komt de wortel van het element bloot te liggen. Die is minder hard dan het tandglazuur en daardoor vatbaar voor ontstekingen. Dit resulteert in een slechte adem, moeilijk eten en soms kwijlen. Het gaat van kwaad tot erger en het eind van het liedje is dat de tand of kies verloren gaat. Bovendien kunnen bacteriën vanuit een slecht gebit ook andere organen aantasten. Tijdige behandeling kan al die ellende voorkomen. Preventie is uiteraard nog beter.

Wat kan een eigenaar zelf doen om dit voorkomen? Allereerst geldt bij zowel honden als katten: harde brokken voeren. En liefst zo weinig mogelijk zachtvoer. Hoe harder en groter de brokken, hoe meer en beter het dier moet kauwen. Daarnaast honden regelmatig kauwstaven geven en eventueel tanden poetsen. Dat laatste is zelfs bij katten mogelijk, maar meestal is dat geen sinecure. In ieder geval is het belangrijk geregeld de bek te inspecteren; wij dierenartsen doen dat in ieder geval bij de jaarlijkse enting. Zo nodig moet gebitsreiniging gedaan worden.

Of Mous nu nog wel kan eten? Reken maar! Beter dan met al die rotte kiezen. Dat doet pas zeer! Kunstgebitjes hebben we (nog) niet voor katten, maar gelukkig hoeft ie niet meer op jacht. De muizen zouden die tweetand domweg uitlachen, denk ik. Maar brokjes kauwde hij toch al slecht en waarschijnlijk zal hij vast wel wat vaker met lekker blikjesvoer worden verwend. Ach, dat kan nu geen kwaad meer. Wel zal de prater van weleer iets meer weg hebben van een ouwe opa die zijn prothese kwijt is. Met zo’n mummelbekkie. Maar Mous kennende zal hij altijd wel een kletsmajoor blijven.

(Februari is de maand van de gebitscontrole voor dieren. Wilt u daar meer van weten, kijk dan op deze site of wip even binnen op het spreekuur bij uw bistedokter)

Februari 2010

Dit bericht is geplaatst in COLUMNS. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.