Inspiratie

Het is maandagochtend en ik ben net terug van een weekje Vlieland met vrouwlief en onze hond Afke. Altijd weer een prachtige belevenis die een vracht aan puike foto’s oplevert, waarvan er altijd eentje een tijdje het beeldscherm van mijn pc domineert of op de jaarkalender eindigt om de herinnering levend te houden. Is het niet een spelende hond op het strand met een dreigende lucht op de achtergrond, dan wel een fraai shot van een lepelaar in de vlucht. Even weg van de dagelijkse drukte die vandaag weer losbarst. Al voor achten sta ik tussen de koeien op de scan te koekeloeren of de dames in blijde verwachting zijn. Daarna rijgen de afspraken zich aaneen op een druk spreekuur dat halverwege de middag even dreigt te ontsporen omdat er ook nog steeds enkele baasjes binnendruppelen die zich op een open spreekuur wanen. En net als de wachtkamer weer een beetje als vanouds gevuld is belt er een geschrokken kattenliefhebber dat haar Pander een ongeluk heeft gehad en een pootje mist. Natuurlijk mag die eerst: kom maar gauw! Samen met collega Thijs inspecteer ik het arme dier. Het ongeluk laat zich snel herleiden tot de activiteiten van fraaie voorjaarsweer van vandaag: het beest moet slachtoffer zijn geworden van een cyclomaaier tijdens zijn muizenjacht door de velden. De ene achterpoot is vlak boven de hak totaal verdwenen en het linker voorpootje ligt open tot op het bot. Het voorpootje lijkt nog wel te redden. Op drie pootjes kan een kat goed verder, op twee zou het uiteraard hopeloos zijn. De balans: de voorpoot hechten en achter amputeren tot boven de knie. We nemen het dier in de opname en maken eerst samen het spreekuur af. Daarna buigen we ons gezamenlijk over het slachtoffertje.

Rond acht uur in de avond zet ik de laatste hechtingen en leg ik het onfortuinlijke patiëntje op een lekker verwarmd bedje in een opnamekooi. Ik breng de eigenares telefonisch op de hoogte van de situatie en zeg dat ik een slag om de arm houd omtrent de prognose, maar dat de kater zeker een kans maakt. Ruim de OK op en keer huiswaarts voor een lekker opgewarmde prak van mijn eega. Mijn werkdag is inmiddels het klokje rond en van mij mag de dienst verder rustig verlopen…

Pas de volgende ochtend om zeven uur gaat de telefoon weer: koekalverij bij de overbuurman. Ik ben dus vlot ter plaatse. Het kalf ligt in stuit met de beide achterbeentjes naar voren en ik voel slechts een staart. Voorzichtig haal ik één voor één de pootjes erbij en rek ik vervolgens de schede wat op alvorens we het kalf samen ter wereld helpen. Snakkend naar adem dreigt het kalf te smoren in het vruchtwaterslijm dat de luchtwegen blokkeert en met vereende krachten til ik rap samen met de boer het kalf op de kop over een hek. Het slijm loopt met stromen uit de bek en ik masseer neus en bek vrij van het kleverige goedje. Gaandeweg leveren de inspiraties een steeds beter resultaat op en kunnen de longen zich ontplooien. We laten het kalf vervolgens weer op de grond zakken en slepen het voor het moederdier. Dat begint haar pasgeborene kwiek met haar tong te bewerken. Het kalf richt daarop de kop op en met voldoening aanschouw ik samen met mijn overbuurman het tafereel. Wij hebben nog precies op tijd hulp kunnen bieden en het kalf voor een akelige dood kunnen behoeden.

Na een jachtig ontbijtje rep ik mij naar de praktijk. Hoe zou de operatiepatiënt het maken? Nieuwsgierig tuur ik alvast door het raam van de opname. Thijs zit de driepoot met goed gevolg te voeren en steekt de duim omhoog als ie mij naar binnen ziet gluren. Fijn! Dan vul ik snel mijn auto aan voor de volgende visite. Er dient een hele veestapel van ruim 200 dieren gevaccineerd te worden om deze tegen de koeiengriep te beschermen. De veehouder had al gebeld of ik niet wat eerder kon komen. Hij moet immers ook kuilen… Als ik in de auto stap herinner ik mezelf aan het feit waarom ik dit vak zo mooi vind. Welk beroep biedt zoveel variatie en voldoening? En zozeer inspiratie om bistedokters te kunnen schrijven? Zo ben ik dus binnen 24 uur terug in de hectiek van alle dag en de vakantie alweer bijna vergeten. Gelukkig hebben we de foto’s nog!

Mei 2019

Dit bericht is geplaatst in COLUMNS. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.