Volle bak bij Puppyparty van 26 september!

Als een pup voor de eerste keer bij ons op het spreekuur komt, is de dierenarts meteen een beetje de boeman. Het mondt immers vrijwel altijd uit in een prik. Ook al staan we daarna met een lekker brokje klaar ter compensatie; de pup zal een beetje een nare associatie met de spreekkamer houden. Daar doen we sinds vorig jaar wat aan! We maken puppyklasjes om de pup aan de praktijk te laten wennen en om baasjes tegelijkertijd van allerlei informatie te voorzien. Hoe maak ik het voor de pup leuker en hoe kan ik hem of haar laten wennen aan onderzoeken? Dat is voor de eigenaar zelf ook heel handig als deze later zelf bepaalde (be)handelingen moet verrichten.

Afgelopen dinsdag 26 september was het weer zover. Maar liefst zeven pups kwamen over de praktijkvloer. Hieronder volgt een impressie.

De deelnemers Lily, Kai, Faemke, Alpha, Indy, Keeley en Naura:

 

 

 

 

 

 

 

                                                                       

 

 

 

 

 

 

         

De Kennismaking:

De Uitleg van Lia:

 

De oefening:

 

De aandacht:

 

 

 

 

 

 

De versnapering voor pup en baas:

De behandeltafeltraining:

De interim ‘assistente’ Nova:

 

Het spel:

 

 

De surprise:

 

 

 

 

 

 

Uitgeteld…

4 oktober 2017

 

Pas op met voeren!

Ik kreeg onlangs een paar verontrustende mailtjes. Dat je moet oppassen met het snoepen van chocolade bij honden, is onderhand vrij algemeen bekend. En dat de humane pijnstillers paracetamol en zeker ibuprofen giftig zijn voor hond en kat, idem dito. Maar dat er vorige maand een hond stierf door het eten van een stuk Peijnenburg koek? Je leest het goed, ja. Koek! Het gaat hier overigens niet zozeer om het merk, want het had net zo goed een ‘Snelle Jelle’ kunnen zijn van bijvoorbeeld Ketellapper. En dan niet de gewone kruidkoek, maar de ‘suikervrije’, de ‘Zero’ of de ‘0%’. Xylitol zit daar in. Daar kan een hond of kat niet tegen. In tegenstalling tot bij ons mensen wekt deze zoetstof bij sommige diersoorten juist een verhoging van de insulinespiegel op, waardoor het suikergehalte in het bloed  rap onder de norm daalt. Hierdoor ontstaat een flauwte met sterfte als gevolg, als er niet op tijd wordt ingegrepen. Ben je er wel tijdig bij, dan kan er alsnog een leverprobleem volgen… De remedie? Geen producten voeren met xylitol of aspartaam als suikervervanger erin. Sorbitol kent dat gevaar minder. Als je ontdekt dat het kwaad toch is geschied? Meteen de dierenarts bellen om jouw viervoeter te laten braken! Meer weten over de meest voorkomende ‘vergiftigingen’ van onze geliefde huisdieren?Een ander vervelend bericht was het sterven van een hond na het eten van rauw vlees. Met rauw vlees wordt bedoeld onverhitte voeding die diepgevroren of koel bewaard wordt. Naast vlees kan dat ook orgaanvlees, vis, gevogelte, botten, melk of eieren bevatten. Nu zijn we daar al niet zo’n voorstander van, juist vanwege de risico’s van de verspreiding van allerlei ziektekiemen en parasieten, waarvan vele ook besmettelijk zijn voor mensen. Hier ging het om een uiterst besmettelijke Brucella bacterie. Deze is berucht vanwege het veroorzaken van abortus. Het fnuikende is dat er eerst heel vage klachten kunnen ontstaan en dat ondertussen de infectie akelig wordt verspreid. Ook naar mensen toe! De bron? Hazen uit Zuid Amerika. Gaat de bacterie niet dood in de vriezer? Neen… Het voeren van brok(jes) lijkt dan wel niet natuurgetrouw; het is wél veilig. En laten we eerlijk wezen, de gemiddelde huishond en -kat kan er heel erg oud mee worden.

Kortom: weet wat je hond eet!

September 2017

 

 

 

Vladimir, ‘n ouwe bekende

Geen idee of ie naar de grote Russische leider Vladimir Vladimirovitsj P. is genoemd. Vanwege de overeenkomst in gelaatstrekken? Want over de verstandelijke vermogens kan ik me maar beter niet uitlaten. Wat dat betreft heeft ‘onze’ Vladimir namelijk zijn beperkingen. Als ie op de kattenschool zou zijn gegaan, had ie vast een rugzakje gekregen. Deze kater is een ouwe bekende van mij. Tien jaar geleden heb ik hem al eens thuis opgenomen na een onbezonnen oversteek die hij net niet met de dood heeft moeten bekopen. Wel liep ie toen een zware hersenschudding op. Ik schreef mijn verhaaltje terwijl hij dizzy naast me zat. Ik kon niks extra’s meer doen en bracht dan maar een toost uit op Vladimir: ‘Na zdoróvje!’ Geen idee of het zou helpen en ik vroeg me af wiens kater de volgende ochtend het grootste was…

Een jaar later had Vladimir een blaasverstopping en moest ie weer in de opname. Daarna zagen we hem negen lange jaren niet meer terug. Tot vorige maand. Die laatste kwaal speelde opnieuw op en hij kon absoluut niet plassen. Een katheter bracht verlichting. In zijn gedrag was de inmiddels wat oudere jeweetwelkater nog steeds apart. Veel lawaai en blazen als je binnenkomt, maar kopjes geven als je met ‘m bezig gaat. Helaas ‘ferpofte’ hij het om bij ons in de opname te eten. Dat is lastig, want die katheter moet minimaal drie dagen zitten. Met kooi en al naar huis, lekker in de eigen omgeving. ‘Liket my foar dy ek better’, aldus oppaspake Hoite, ‘dan rekkest ek net wer oan de drank!’

Augustus 2017

Nuchter?

‘Denk je eraan dat je de avond tevoren na acht uur de brokjes wegzet? Drinken mag ’s nachts nog wel, maar die ochtend graag nuchter brengen.’ Grapjes over drankgebruik van het dier in kwestie of katers pareer ik meestal met een ludiek bedoelde opmerking dat het verstandig is om in ieder geval zelf nuchter de operatiepatiënt bij ons te brengen. Zeker als dat met de auto is. Meestal gaat er nog een briefje met datum en bovenstaande instructies mee als we de afspraak maken, want baasjes moeten vaak al zoveel informatie verwerken.

Waarom nuchter? Narcotica werken wat misselijkmakend. En braken kunnen we niet gebruiken bij het onder zeil gaan en al helemaal niet tijdens een operatie. Het is niet fijn voor het dier en ook nog eens gevaarlijk in verband met verslikken tijdens de roes. Het is wel verstandig de instructies in gezinsverband te bespreken, want meer dan eens blijkt de patiënt toch niet zo nuchter als verondersteld. De eega of de kinderen hebben het dan altijd gedaan.

Honden worden meest netjes even uitgelaten vlak voordat ze voor een operatieve ingreep worden gebracht. Katten daarentegen worden geregeld opgesloten om te voorkomen dat ze de hort op gaan om al dan niet moedwillig te afspraak te ontlopen. Dat arrest is soms in de bijkeuken of zo, maar ook niet zelden heel spartaans in het kattenmandje waarin ze bij ons gebracht gaan worden. Daarbij wordt totaal vergeten dat poeslief of katermans daar niet op heeft kunnen anticiperen. Omdat ze normaal gesproken hun behoeften buiten doen wordt er niet bij stil gestaan iets van een kattenbakje te regelen. Naast het ongemak voor het dier laten de gevolgen op de operatietafel zich wel raden…

Ik herinner bij mijzelf een kijkoperatie in mijn knie. Ik was volledig bij bewustzijn en onderging die ingreep met een ruggenprik. Alles beneden mijn middel was bewegingsloos en zonder gevoel. Na afloop kwam de zuster van dienst met de echo mijn blaasinhoud controleren. Want, zo zei ze, als er teveel in zit, haal ik dat even weg met een katheter. En ik meende een sardonisch genoegen te bespeuren in haar glimlach. Nou, wat was ik blij dat ik tevoren goed had leeg geplast en weinig had gedronken…

Tot slot nog even dit. Al sinds ik deze stukjes schrijf, en dat is nu al vijftien jaar, heb ik de gewoonte dat te doen onder het genot van een ouzootje of een lekker glaasje wijn. Dan schrijft het meestal net ietsjes makkelijker. Dus helemaal nuchter ben ik dan niet. It koe slimmer, tocht ik sa…

Juni 2017

Tante Biotica

´Heb je een zalfje voor Tara? D’r oogjes zijn wat vies.´ Dergelijke redelijk klinkende verzoekjes bereiken mij regelmatig aan de telefoon, dan wel bij de balie. ´Mijn beste, ik kan niet zomaar een oogzalfje voorschrijven. Ik wil Tara ‘t liefst eventjes zien.´ Uitvluchten van tijdgebrek, moeilijk in de auto te krijgen en onkostenplaatje passeerden de hoorn. Dus gooide ik het op een akkoordje om de volgende ochtend even ‘geschikt’ langs te komen.

De middag daarop belandde Tara bij ons op de operatietafel. De Berner Sennenteef was net loops geweest en bleek bij nader onderzoek niet alleen vieze oogjes te hebben. Ze had koorts en was duidelijk niet fit. In haar rokjes hing een wat onbestemd geurende en kleurende vloed die afkomstig bleek uit de nog immer opgezette vulva. De diagnose ‘baarmoederontsteking’ was daarna snel rond. De enige juiste remedie is operatief ingrijpen en baarmoeder én eierstokken verwijderen. Dat kan uiteraard niet op locatie. Maar in de grote stationcar was Tara in een mum van tijd bij ons op de praktijk. ´Nu ben je aan de beurt: dit wordt knippen én geschoren worden!´, werd door de baas grinnikend aangehoord. Hij kon de humor waarderen. De operatie verliep voorspoedig. Gelukkig waren we tijdig met ingrijpen: er was geen doorbraak naar de buikholte toe. Met de kinderschaar werd de grote viervoeter aan het eind van de middag weer huiswaarts gehaald. Een paar dagen later struint Tara weer vrolijk over het erf en is ze weer helemaal de oude. Baas blij en eind goed, al goed.

En natuurlijk heeft die ‘geschikte’ visite ons geen windeieren gelegd. Maar dat is never nooit mijn drijfveer. Mijn motivatie haal ik uit het stellen van een goede diagnose en het aanreiken van de juiste therapie. Alle goed bedoelde zelfmedicatie van de eigenaar ten spijt. Medicijnen in het algemeen en antibiotica in het bijzonder dienen te worden voorgeschreven door medici met verstand van zaken. Ongebreideld verstrekken werkt vaak averechts. Met antibiotica kan het zelfs resistentie in de hand werken, met als gevolg dat bacteriën opeens bij een ordinaire infectie ongevoelig blijken voor de gebruikelijke geneesmiddelen. Dat is het laatste wat we willen. Samenvattend: een degelijk onderzoek gevolgd door de juiste therapie is essentieel.

Toen ik de eigenaar van Tara een week later belde, schoot hij meteen in de lach. Waarom? ´Dit is nou typisch een voorval waar je prima een relaas over kunt schrijven’, antwoordde hij, alvorens ik mijn vraag kon stellen om er een ‘bistedokter’ aan te mogen wijden…

Over het lukraak voorschrijven van antibiotica is overigens zelfs een luchtige vertelling van ‘Suske en Wiske’ verschenen: Tante Biotica. Twee jaar geleden geschreven in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het leerzame album is gratis te downloaden.

© 2017 Standaard Uitgeverij / WPG Uitgevers België nv                                         Mei 2017

Dirty story

Al onze eigen honden lijken in de loop der jaren een onuitgeblafte afspraak te hebben gemaakt dat als de nood aan de hond komt, er gekotst moet worden op de mat vlak achter de voordeur. Maar als de sluitspier van de achteruitgang het niet meer houdt, dan liggen de uitwerpselen verdekt verspreid over de gevlekte plavuizen in de hal. Als je er in het ochtendgloren ‘onverhoopt’ in stapt moet je blij zijn dat je in ieder geval wat aan je voeten hebt, zodat je de shit niet tussen je tenen weg hoeft te poetsen. Het is duidelijk: dit wordt een vies verhaaltje. Het is niet voor niks dat baasjes vaak ten einde raad bij chronische poep-, plas- of braakklachten bij ons op het spreekuur stranden. Het ergste is ook nog eens dat de beesten er absoluut niets aan kunnen doen. Straffen is dus niet alleen zinloos maar ook sneu. Niet minder erg is de verstopping. Katheters en clisma’s moeten dan de opluchting brengen. Menigmaal krijgen dergelijke patiëntjes één of meer dagen praktijkarrest tot de controle over de dierlijke riolering hervonden is. En al die tijd zijn wij en onze assistentes genoodzaakt the pee’s and poo’s te ruimen. Dit onwelriekende klusje leidt niet zelden tot de gevleugelde uitspraak dat we stinkend rijk worden. Heel soms is dat hilarisch, zoals deze week. De kater in kwestie had de hele kooi verbouwd, alle onderleggers op een hoop geschoven en de onderliggende ouwe krant met een foto van de nieuwbakken Amerikaanse president Trump uitverkoren om heerlijk te bevuilen. ’n Voltreffend shitstatement van het poesie.

Maar ik snap de opluchting van de baasjes als de uitlaatklep van het kleinvee weer onder controle is. En dat  vanachter uit de supermarkt dwars over het winkelend publiek naar de bistedokter welgemeend wordt geroepen: ‘Wiersma, Bijke is wer hurd op ‘e keutel hear!’

April 2017

♫ Lentesymfonie ♫

Ik geniet weer volop van het vroege voorjaar. Onmiskenbaar klinkt het startsein daarvoor als ik bij het ontwaken aangenaam wordt verrast door een rijke schakering aan vogelgeluiden. Die golven vrolijk naar binnen door het openstaande slaapkamerraam en strelen je gehoor. Noem het de lentesymfonie. Eendenkorven en nestkastjes worden verkend, de mannetjesputters maken de vrouwtjes het hof  en eieren laten niet lang meer op zich wachten. Het is diezelfde tijd dat de ‘lammerij’ aanbreekt. Een heerlijk onderdeel van ons vak waarbij het niet erg is om in de dienst gestoord te worden. Als het de schapenboer niet lukt om de lammeren uit de ooi te verlossen, mag ik namelijk graag de helpende hand reiken. Vaak ligt een lam niet goed of soms is het bij meerlingen wat lastig om uit te vogelen welke pootjes bij het voorliggende lam horen. Het gebeurt echter ook geregeld dat de boer gewoon te ongeduldig is en dat ik nauwelijks ingrijpende handelingen hoef te verrichten.

Onze eigen koppel is momenteel uiteraard ook volop aan het lammeren. Dat geeft niet alleen veel extra drukte; het is vooral ook leuk om de ooien daarbij te assisteren. Ik kan er geweldig van genieten hoe fraai de van oorsprong nestvlieders zo verschrikkelijk snel in de ranke beentjes komen. En onderwijl worden ze druk door moeders droog gelebberd. En hoe het instinct van de pasgeborenen de koppies daarna vaak al binnen een kwartier schuin omhoog drijft naar een strak staande tepel. Die zit bomvol energierijke biest, die tevens voor een goede weerstand zorgt. En als het staartje verraadt dat de moedertiet is gevonden, hoor je luid smakkend sabbelen en zuigen dat zich het best in het Frysk laat omschrijven als ‘sobje’.

 

 

 

 

 

Ondertussen vindt er een uitwisseling van geuren en gemekker plaats die ooi en haar kroost de rest van het seizoen onlosmakelijk met elkaar verbindt. Laat een lam het niet wagen stiekem bij een andere moeder melk proberen te ‘stelen’, want dan is een behoorlijke opdoffer zijn deel!

Schapen zijn zelden ‘gevaarlijk’. Maar bij sommige ooien moet je wel degelijk oppassen. Als onze hond even mee het hok inloopt, staan ze te stampvoetend hun nageslacht te beschermen. Je kunt je hond heel erg de schrik aanjagen door ze even bij zo’n stamper in het hok te zetten: meestal zullen ze de rest van hun leven het wolvee links laten liggen. Maar wees er dan wel op tijd bij, want een schaap is in staat een hond de dood in te stoten…Meestal zie je de lammetjes al na 2-3 dagen bokkensprongetjes maken van plezier. Dat betekent dat ze lekker in hun vel zitten en volop te drinken krijgen van de moederooi. Een beetje afhankelijk van het weer mogen ze al na een week naar buiten. Eerst even onwennig in het volle licht, maar al gauw scharrelen ze stijf tegen hun moeder aan de wei in. Binnen enkele dagen is er vriendschap gesloten met leeftijdgenootjes en rennen ze tijdens het speelkwartier gezamenlijk in het avondlicht hun loopjes over de polderdijk. Dat roept bij mij welhaast het ultieme lentegevoel op.

 

 

Als het met de lammerij een keertje niet goed gaat wordt mij geregeld gevraagd wat daarvan de oorzaak is. Ik probeer natuurlijk een plausibele verklaring aan te geven. Maar niet zelden moet ook ik daarnaar gissen. Het moet mij echter van het hart dat ik bij menigeen nog wel eens de verwondering mis over al hetgeen juist wél volgens de wetten van Moeder Natuur  zo prachtig verloopt. Gelukkig ben ik die zelfs na dertig jaar in mijn vak nog steeds niet kwijt. Laten we bovenal volop genieten van de lentesymfonie!April 2017

Help! Stampertje heeft epilepsie!

Apart. Niemand schijnt ervaring te hebben met een konijn met epilepsie, zelfs de specialisten in den lande niet. Dan zelf dus maar wat bedenken. Bij honden en katten geven we tweemaal daags medicatie, maar een konijn is wat lastig te pillen…

Stampertje is een vondeling. Een wild konijntje dat door de ouders waarschijnlijk al binnen een paar weken uit het nest is verstoten, omdat ie ‘raar’ deed. Zijn nieuwe ‘moeder’ Erica heeft zich op een mooie zomeravond over hem ontfermd. De eerste nacht zou hij wel niet doorkomen, zo dacht Erica. Maar wonder boven wonder, hij leefde de volgende ochtend nog. Met heel veel liefde en zorg werd het verloren krummeltje met een flesje groot gebracht, samen met een Teddybeertje waar Stamper zich lekker tegen aan kon vlijen. Het viel op dat ie soms wat ‘raar’ deed. De motoriek klopte niet altijd. Dat werd gaandeweg wat beter, totdat Stamper toevallen kreeg. Erica heeft eerder zowel een hond als een kat met epilepsie gehad en herkende de symptomen meteen. Haar zelfgemaakte filmpje overtuigde mij ook direct. Epilepsie is een akelige aandoening. Ik leg het meestal aan de eigenaar uit als ‘kortsluiting in het koppie’. Soms is er een oorzakelijke factor aan te wijzen, maar meestal niet. En hoe jonger het bij een dier zich voordoet, hoe groter de kans dat er een erfelijke factor in het spel is. En hoe slechter de prognose…

Stampertje

Ik informeerde hier en daar, maar bij konijnen schijnt erg weinig ervaring te zijn met deze vervelende kwaal. Het zou geassocieerd kunnen worden met een protozoaire parasiet (infectie met een eencellige), maar dat lijkt hier niet het geval. Vaak zie je dan namelijk ook problemen in het evenwichtsorgaan met een scheef koppie als gevolg. Dat is bij Stamper niet aan de orde. Moest dus zelf een therapie bedenken. Bijsluiters werden nageplozen en internet geraadpleegd. Het hielp me niet verder en er zat niets anders op dan maar wat te proberen. Gelukkig werd ik geholpen door de vindingrijkheid van Erica, want die is zo goed als onbegrensd. Ze vermaalde de tabletten met een vijzel en vermengde het poeder  met wat honing. Zonder problemen neemt het konijntje zelf de medicatie tot zich, al likkend van haar vingertop! Na driemaal bijstellen hadden we een dosering uitgedokterd die werkte. In plaats van een cluster van 4 à 5 toevallen elke 7 tot 10 dagen is het nu al weken goed!

DSCF0892

Had Erica in eerste instantie het plan gevat om Stamper weer uit te zetten in de vrije natuur; dat is bij lange na niet meer van toepassing natuurlijk. Hij zou ten dode opgeschreven zijn. Het konijn groeit ondertussen als kool en kwam deze maand in de puberteit. En zijn mannelijkheid zat ‘m zodanig in de weg dat hij begon te rijden op alles wat voor zijn kleine stampertje kwam… We bespraken de risico’s van opereren die er ontegenzeglijk zijn met een kwaal als die van Stamper. Vorige week is ie met succes onder het mes geweest. En na een kleine stagnatie huppelt ie weer vrolijk door de kamer bij de beestenboel van Erica. Volledig in zijn sas tussen honden en katten.

Februari 2017

Naschrift 2 juni 2017: na maanden zonder grote toevallen kreeg Stamper in de nacht van 1 juni een zware aanval, waarbij hij zijn verblijf dusdanig vernielde dat Erica het niet meer aan kon zien. Samen besloten we de volgende dag dat het beter was het konijn in te laten slapen. In tranen bracht Erica hem terug naar de Veluwe, waar hij een plekje kreeg in zijn geboortegrond.

 

DSCF1047

Veterinaire C.S.I. (De vondeling van Aldeboarn)

In juli van dit jaar werd Max gevonden met een klein etterend wondje op haar schouder. Dat werd bij ons op de praktijk behandeld en we schatten Max op dat moment ruim twee maanden oud. Het jonge poesje knapte gelukkig zienderogen op. Ze werd vertroeteld in haar nieuwe kosthuis in Aldeboarn en groeide als kool. Daar waren we getuige van toen ze achtereenvolgens voor haar entingen kwam. In oktober stagneerde die vooruitgang. Ze werd kreupel aan haar linker voorpoot. We vermoedden een simpel trauma en er werd pijnstilling voorgeschreven. Het leek eerst iets beter te gaan, maar na enige tijd verergerde de kreupelheid helaas. Een röntgenfoto van haar voorpoot bood geen uitsluitsel en dus werd de pijnstilling voortgezet. Het hielp totaal niets: de spieren van het hele pootje slonken zienderogen en het bovenarmbeen leek zelfs krom te groeien. Zou het toch met die oude wond te maken hebben? Op dat moment werd het tijd een second opinion te vragen bij de collega in de Hoofdplaats. Die maakte opnieuw röntgenfoto’s en schrok van het resultaat. Er waren niet alleen botveranderingen rondom het schoudergewricht, er zat overduidelijk een bukskogeltje in het opperarmbeen! Onze eerdere foto’s hadden we dus net niet hoog genoeg geschoten…

d-16-2395Röntgenfoto van Max (Sterkliniek Leeuwarden)

De oorzakelijke factor was nu overduidelijk, maar de oplossing kwam daarmee nog niet meteen dichterbij. Dus werd de orthopedisch chirurg geraadpleegd. Zijn advies was rigoureus: slechts amputatie zou de pijnlijkheid weg kunnen nemen. Met dat advies kwam Max weer terug bij ons en nog diezelfde week werd een afspraak gemaakt.

De operatie verliep voorspoedig, doch voor mij lastiger dan ik gewoon ben. Regulier amputeer ik halverwege het opperarmbeen, nu moest de schouder er echter ook af. Max kwam goed en vlot weer bij kennis. Het was aandoenlijk om te zien hoe blij ze was toen haar bazin haar op kwam halen: ze gaf kopjes door de spijlen van het mandje heen…

Nieuwsgierig geworden naar hoe dit nou allemaal heeft kunnen gebeuren werd ik getriggerd door de collegae om sectie te doen op het pootje. Voorzichtig prepareerde ik de spieren van het ernstig beschadigde Tuberculum majus humeri, de grote knobbel van het opperarmbeen van Max. De anatomie is na dertig jaar een beetje uit de grijze cellen verdrongen door ervaringen van recentere datum, dus de topografisch-anatomische atlas lag naast me ter ondersteuning. Zo probeerde ik de veelzijdigheid van ons prachtige beroep nog verder op te schalen: naast alle bekende subdisciplines waande ik me nu zowaar ook een beetje forensisch patholoog. Ik schraapte de spieren verder naar beneden van het opperarmbeen en zag ruim twee centimeter lager de donkere kleur en vorm van het bukskogeltje door de gave schacht naar buiten schemeren. Er was discussie met de orthopedisch chirurg hoe die daarin verzeild was geraakt. Dit onderzoek bevestigde mijn eigen theorie dat Max klaarblijkelijk van boven is beschoten en dat het corpus delicti via een wond bij het schouderblad vlak naast het gewricht het opperarmbeen in is gevlogen. Het poezenlichaampje heeft alles zo goed en kwaad als het ging hersteld, maar het pootje kon uiteindelijk niet meer belast worden.

Vlak voor Kerst kwam Max voor controle. Op zich kon ze zich prima redden maar ze leek soms nog ‘pijnaanvallen’ te hebben. De wond zag er prachtig uit en ze liet zich goed betasten. Over het algemeen redden katten zich prima op drie pootjes en bij Max is dat niet anders. Ik denk dat het vooral onwennigheid is geweest door het gemis van het pootje.

20161221_131231_resized

Mijn expertise eindigt hier helaas. Graag rondde ik deze veterinaire aflevering van Crime Scene Investigation af met de veroordeling van de dader. Helaas kan Max ons niet precies vertellen waar dit gebeurd is… En val me nu alsjeblieft niet lastig met anonieme epistels of haatmail vol uiteenzettingen hoe vervelend het is dat katten jouw prachtige bloemperkjes ruïneren. Dat weet ik heus wel; katten gebruik je gewoon niet als schietschijf, punt uit! Rest mij nog uit te leggen waarom Max niet Maxima heet. In het kosthuis van Max woont al langer een andere kat, Schumi genaamd, naar Michael Schumacher. En Max is dus vernoemd naar zijn opvolger: Max Verstappen. Dat zij een poes is doet daar niets aan af. Maar of ze haar naam ooit echt eer aan zal doen? Dat valt te betwijfelen. Alhoewel? Op drie pootjes kunnen katten nog steeds rap uit de voetjes!

December 2016

Nieuwe dimensies

In onze praktijk zijn we continu op zoek naar verbetering en vernieuwing. Wat dat betreft lijkt er een stroomversnelling plaats te hebben gevonden in het afgelopen jaar. Met name in de diagnostiek. Het meeste laboratoriumwerk moesten we altijd uitbesteden. Kon je beter aan specialisten overlaten, was onze insteek. Maar ondertussen hebben we zelf heel veel opgepakt. Al langer onderzoeken we de plas en poep van onze patiënten. Urine wordt nader geanalyseerd en ook het sediment (bezinksel na centrifugeren) wordt uitgeplozen op cellen en kristallen. Ontlasting onderzoeken we op het voorkomen van wormeitjes en met een aantal sneltesten kunnen we besmettingen vaststellen dan wel uitsluiten.

Al meer dan een jaar doen we zelf ook bacteriologisch onderzoek. Eerst zoeken we uit welke ‘kleine diertjens’ verantwoordelijk zijn voor een ontsteking en daarna kijken we voor welke antibiotica deze wel of juist niet gevoelig is. Zo kunnen we enerzijds gerichter de beste behandeling kiezen en anderzijds proberen te  voorkomen dat er resistentie ontstaat.

praktijk-november-012

praktijk-november-006

Sinds november hebben we de beschikking over een bloedanalyse-apparaat. Moesten we voorheen altijd bloedmonsters per koerier naar het lab sturen, nu kunnen we een groot aantal bepalingen zelf uitvoeren. Dat leidt sneller naar een diagnose en zo kan de juiste therapie eerder opgestart worden. Belangrijk in deze nieuwe dimensie is dat we de kwaliteit bewaken. Via geregelde terugkoppeling naar gerenommeerde laboratoria worden uitslagen gecheckt en geborgd. Op deze manier doen we wederom een stapje voorwaarts om onze patiënten nog betere zorg te bieden.

Nieuw gezicht

Last but not least is er ook nog een verandering in de personele bezetting: vanaf oktober hebben wij een nieuwe collega over de vloer uit ‘het land van Bartje’. Dat is Thijs Brands, geboren en getogen in Emmen. Het is echter niet alleen het ‘Noorderdierenpark’ dat bij Thijs de voorliefde voor de beestenboel heeft doen opbloeien. Dat komt eerder door de passie voor al het werk op en om de boerderij. Vanaf zijn 16e  werkte Thijs al op een melkveehouderij. ‘Wat is er nou mooiere dan werken tussen de koeien?’, is zijn motto. Maar zijn belangstelling is breder. Tijdens de studie heeft hij op een KI-station voor varkens gewerkt en in het buitenland heeft hij stages schapen verlossen gedaan. Thijs zal in onze contreien dus het meest de boer op gaan. Maar het ‘kleinvee’ schuwt hij absoluut niet. Zodoende kun je hem ook op het spreekuur treffen. Zijn grootste liefde heeft hij tijdens de studie getroffen: zijn vrouw is eveneens dierenarts en werkt momenteel in zijn geboorteprovincie.

In korte tijd heb ik Thijs leren kennen als een zeer nieuws- en leergierige collega die zeer positief in het leven staat. Met groot enthousiasme is hij gestart en hij heeft er zin in om met al onze klanten kennis te maken. En het Fries verstaat ie al redelijk, ’want hy hat kunde yn Reduzum’. Bovendien een keurig opgevoede jongeman. In tegenstelling tot Bartje bidt Thijs namelijk wél voor ‘bruune boon’n’. Echter liever ‘nie veur bakte kippenleverties’, want daar houdt hij dan weer niet van…

008

Kortom: onze praktijk is klaar voor 2017. Ook in het nieuwe jaar hopen wij uw geliefde huisdieren gezond te houden of beter te maken!

December 2016

 

‘Titeren’

Of Internet een zegen is? Vaak wel, maar heel vaak ook niet. Er wordt immers net zoveel zin, als ook onzin op een gemakkelijke manier verspreid. En we moeten zelf maar uit zien te vogelen wat waar is en wat niet. Bovenstaande titel verwijst naar een niet bestaand woord in de Dikke Van Dale. Wat bedoeld wordt is het bepalen van de hoeveelheid antistoffen (de titer) in het bloed van bijvoorbeeld een hond nadat deze een vaccinatie heeft gekregen. Of bij een pup om te kijken wat deze van de moeder aan antistoffen heeft meegekregen nog voordat ie geënt is. Op die manier kun je nagaan of er een (eerst)volgende vaccinatie nodig is. Voorheen moest deze titer in een laboratorium worden bepaald, maar tegenwoordig zijn er ook steeds meer sneltesten beschikbaar die op de praktijk kunnen worden uitgevoerd. Goed idee, zou je zeggen. Niet meer elk jaar je hond of kat laten inenten, maar eerst checken of dat wel echt nodig is. Wij dierenartsen zijn ook voorstander van niet vaker enten dan strikt noodzakelijk wordt geacht. Zo volgen wij al sinds jaar en dag de wetenschappelijk onderbouwde vaccinatieschema’s. Maar dan komt het probleem. Op internetfora gaan met name voorstanders van ‘titeren’ aan de haal met informatie die hen het beste past. Overduidelijk hebben ze wel de klok horen luiden, doch weten ze absoluut niet waar de klepel hangt. Met als gevolg dat er legio indianenverhalen rondzingen die kant noch wal raken. Een enorme ergernis voor mij als bistedokter. Maar ik leg heel graag uit hoe het werkelijk zit en dat we niet zomaar wat doen.

Het entschema

Regulier worden pups op 6 weken leeftijd gevaccineerd tegen Hondenziekte (Distemper) en Parvo. Een tweetal ziekten die bijna altijd dodelijk zijn indien een niet gevaccineerde hond erdoor getroffen wordt. Op de leeftijd van 9 weken wordt de eerste enting tegen de Ziekte van Weil (Leptosirose) gegeven. Aangezien de allereerste enting tegen de Ziekte van Weil altijd geboosterd (=herhaald) moet worden om een beter effect te geven, wordt deze op 12-14 weken nogmaals gegeven. Tegelijkertijd wordt er dan een vervolgenting gegeven tegen Hondenziekte en Parvo, aangevuld met het vaccin tegen Besmettelijke Leverontsteking (Infectieuze Hepatitis) en Parainfluenza ( de virale component van Kennelhoest). Deze totale enting noemen we in de volksmond de ‘volledige cocktail’. Besmettelijke Leverziekte en de Ziekte van Weil zijn vaak dodelijk, maar laten in ieder geval veel schade achter, ook indien een hond daarvoor behandeld is. Kennelhoest is dat niet, maar moet vaak wel aangepakt worden als een dier daar erg ziek van is. Anderzijds geeft de Kennelhoestenting absoluut geen 100% bescherming, wel wordt een gevaccineerd dier meestal minder ernstig ziek. Vergelijk het met de humane griepprik.

Vaak wordt er ook voor gekozen om de volledige cocktail op zowel 9 als 12 weken leeftijd toe te dienen. Je weet immers nooit zeker hoe goed die eerste enting effect sorteert. Dat is namelijk ook erg afhankelijk van wat een pup voor immuniteit van de moeder meekrijgt. Hoe meer antistoffen er van de teef nog in een pup aanwezig zijn, des te minder goed slaat de toegediende enting aan.

Die eerste drie levensmaanden kun je ervoor kiezen om een pup aanvullend nog met de bacteriële component (Bordetella) van Kennelhoest te vaccineren. Deze is juist gewenst wanneer de betreffende pup op puppycursus gaat of naar een pension moet.

Tenslotte is er Hondsdolheid (Rabiës), een immer dodelijke ziekte waartegen (wettelijk verplicht!) gevaccineerd moet worden als de hond mee naar het buitenland gaat. Deze enting kan vanaf een leeftijd van 12 weken gegeven worden en geeft drie jaar bescherming. Voorheen moest er voor bepaalde landen een titerbepaling worden gedaan alvorens de hond de grens over mocht; tegenwoordig is dat eigenlijk alleen maar meer van toepassing buiten de Europese Unie. Vermeldenswaardig hierbij is dat er na een enting niet altijd antistoffen aan te tonen zijn, terwijl we weten dat de hond in kwestie desondanks vrijwel altijd wel beschermd is. Aangezien hier internationale regels van toepassing zijn, is titeren echter binnen de E.U. niet zinvol.

Op de leeftijd van een jaar wordt regulier de volledige cocktailenting herhaald. Opnieuw omdat niet zeker is in hoeverre de entingen bij een pup al dan niet goed hun effect hebben gesorteerd. Vervolgens wordt jaarlijks tegen de Ziekte van Weil gevaccineerd. En indien nodig (cursus, pension of tentoonstellingen) ook tegen Kennelhoest. Van deze beide entingen is bekend dat ze ongeveer een jaar lang bescherming bieden. Bovendien is bij beide aan de hand van een titerbepaling niet goed aan te geven of de afweer voldoende is. De volledige cocktailenting wordt meestal elke drie jaar herhaald.

Nederland is een waterrijk gebied, waar de ziekte van Weil nog regelmatig voorkomt. De overdracht van deze ziekte geschiedt door de urine van knaagdieren zoals ratten en muizen. Niet alleen zwemmende honden moeten beschermd worden. Ratten en muizen komen immers ook op veel andere plekken voor. Bovendien is de Ziekte van Weil een zoönose, een ziekte die ook voor de mens gevaarlijk is. Daarom is het belangrijk de verspreiding van de veroorzakende bacterie zoveel mogelijk te beperken. Door jouw hond goed te beschermen bescherm je indirect ook jezelf en de omgeving van ons allemaal!

Vrijwel iedereen is ervan overtuigd dat vaccinatie de grootste bijdrage levert aan het gezond houden van onze huisdieren. Niet alleen voor het individuele dier, als ook voor de populatie als geheel. Let wel: als immers de meerderheid van alle dieren worden gevaccineerd, hebben de individuen die níet worden ingeënt of om wat voor reden dan ook een verminderde weerstand hebben ook een kleinere kans om met deze besmettelijke ziekten in aanraking te komen…

Kan vaccineren schadelijk zijn? 

Bijwerkingen komen voor, maar zijn relatief zeldzaam. Een heel enkele keer zien we overgevoeligheidsreacties op de entstof of op de hulpstoffen in het vaccin. Meestal beperkt het zich tot een wat pijnlijke zwelling van de injectieplaats of andere vage symptomen. Deze zijn dan vaak van korte duur en verdwijnen vrijwel altijd vanzelf. Belangrijk in dit geval is dat we uitsluitend enten indien een dier goed fit en gezond is. Het optreden van bijwerkingen is een verwaarloosbaar risico in relatie tot de grote preventieve voordelen. Net zoals overigens in de humane sector wordt met name op de sociale media soms druk gespeculeerd over ernstige klachten die zouden zijn ontstaan na vaccinatie. Een gedegen wetenschappelijke onderbouwing is daarvoor echter nooit aangetoond. Wél zijn er aanwijzingen dat een enting aanleiding kan zijn tot het manifest worden van een reeds aanwezig onderliggend immuunprobleem; maar gelukkig komt ook dat zeer zelden voor.

Titer bepalen

Van het vaccin tegen Hondenziekte (Distemper), Besmettelijke Leverziekte (Hepatitis) en Parvo (kortweg DHP) is bekend dat het bij de meeste honden in ieder geval drie jaar bescherming biedt. Op dit moment herhalen we deze enting dus eens in de drie jaar. Maar wellicht hoeft dat niet. Om dat uit te zoeken kunnen we ‘titeren’. Op zich is dat best wel een goed idee. Want meten is weten. En waarom zouden we het immuunsysteem meer belasten dan noodzakelijk? Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er een goede correlatie bestaat tussen de hoeveelheid antistoffen (titer) en de beschermende immuniteit bij DHP. Met bloedonderzoek kun je dus aannemelijk maken of een dier nog wel goed beschermd is of juist geënt moet worden. De titer in het laboratorium laten bepalen duurt meestal een paar dagen en is vrij kostbaar. Tegenwoordig zijn er evenwel ook sneltesten beschikbaar die in een half uur uitslag bieden voor de bovengenoemde drie virale aandoeningen. De betrouwbaarheid van deze sneltesten is volgens wetenschappers ‘redelijk’ te noemen, hoewel er vraagtekens worden gezet bij de uitslag van de test op Besmettelijke Leverziekte. Daarnaast is het soms lastig om een titer een voorspellende waarde toe te kennen. Wat dat betreft is het aan te raden om jaarlijks te titeren om te kijken of er wel of niet gevaccineerd hoeft te worden.

Het is mogelijk om pups vanaf 6 weken te titeren om te kijken of de antistoffen die ze van de moeder (maternale immuniteit) hebben meegekregen nog aanwezig zijn of niet meer. Een vaccinatie geeft namelijk vaak een beter effect indien die maternale weerstand weg is. Eventueel is  het al 2-4 weken na de enting mogelijk te controleren of deze is aangeslagen. Op die manier kan maatwerk geleverd worden. Ervaringsdeskundigen geven aan dat het verstandig is het hele nest óf te enten óf te titeren en niet ‘half om half’.

Overwegingen in de praktijk

De meeste pups gaan rond de leeftijd van 8 weken naar een nieuwe eigenaar. Wanneer er géén nestenting op 6 weken is gegeven, wordt het nieuwe baasje geconfronteerd met de keus om alsnog te enten, of opnieuw te titeren. Indien er voor het laatste gekozen wordt, wordt aangeraden om elke 2 à 3 weken daarna te checken of de maternale immuniteit is verdwenen. Meestal is dat rond 14 weken het geval. Maar het kan echter ook tot wel een leeftijd van 20 weken duren voordat de cocktailvaccinatie gegeven mag worden. Wil je ondertussen met jouw nieuwe aanwinst op puppycursus, moet je de leiding daarvan zien te overtuigen dat jouw hond geen risicofactor vormt. De meeste dierenartsen zien dit juist wél als een groot risico… Uiteraard kan ondertussen wél de Kennelhoestenting opgestart worden; de dubbele vaccinatie tegen de Ziekte van Weil met een maand tussentijd is zelfs zeer wenselijk. Het kan uiteindelijk resulteren in een groter aantal contactmomenten met de dierenarts dan nu meest gebruikelijk is. Het is dan aan de eigenaar de afweging te maken wat wenselijk is voor de pup.

Uiteindelijk kunnen we stellen dat er met het gangbare entschema zelden doorbraken gemeld worden van Hondenziekte, Besmettelijke Leverziekte of Parvo. De betere vaccins geven namelijk toch een goede immuniteitsopbouw, ondanks de aanwezigheid van maternale immuniteit. In de afweging moeten daarnaast ook de kosten worden meegenomen. Een titerbepaling met de sneltest is namelijk in de meeste praktijken (fors) duurder dan een vaccinatie.

En tenslotte is er de wetgever: in Regels bedrijfsmatig huisdieren houden (2014) staat onder meer dat fokkers, asiel- en pensionhouders gehouden zijn aan strikte regels omtrent vaccinatie. Binnen een leeftijd van 7 weken moeten pups tegen Hondenziekte en Parvo worden geënt;  honden die naar het asiel of in pension gaan moeten een DHP-enting hebben gehad. Dieren met onbekende vaccinatiestatus dienen in quarantaine te worden geplaatst.

Wat zijn de volgende momenten in het leven van een hond om te titeren?

  • Al 2-4 weken na een enting kun je testen of deze voldoende respons oplevert. Bij pups is bekend dat ze niet allemaal voldoende in staat zijn om een goede immuniteit op te bouwen. De enting moet dan opnieuw gegeven worden.
  • In plaats van bovenstaande kun je ook op een leeftijd van een half jaar testen of de enting goed is aangeslagen of wellicht opnieuw nodig is. Maar dat moment kan eveneens gekozen worden als de hond een jaar oud is. Regulier wordt immers op eenjarige leeftijd meestal de cocktail herhaald.
  • Bij oudere dieren wordt vervolgens de DHP-cocktail elke 3 jaar herhaald. We weten dat de bescherming tegen Hondenziekte, Besmettelijke Leverziekte en Parvo bij de meeste honden minimaal 3 jaar is, maar wellicht langer. Je kunt dus na die 3 jaar jaarlijks titeren om te kijken of de bescherming nog afdoende is.
  • Zeker bij zieke dieren of dieren met een onderliggende immuunziekte en/of dieren die altijd (over)gevoelig op een enting reageren kun je checken of een cocktailenting echt wel noodzakelijk is.
  • Bij dieren met een onbekende vaccinatiestatus kun je uitmaken of een enting nodig is.

Lastig wordt het als de uitslag van de test aangeeft dat tegen één of twee van de drie ziekten uit de cocktail onvoldoende bescherming wordt geboden. De meeste fabrikanten van vaccins hebben de drie componenten uitsluitend als cocktail in hun pakket. Afzonderlijk enten is dan dus niet mogelijk.

Ook is het lastig aan te geven hoe lang een hond nog bescherming geniet bij een goede uitslag. De titer is niet meer dan een momentopname. Het is het veiligst om elk jaar een titer te bepalen, totdat de uitslag aangeeft dat je opnieuw zou moeten enten.

Indien een hond DHP wordt gevaccineerd terwijl er nog antistoffen zijn, geeft dit desondanks meestal toch een verhoogde immuniteit. Dit geldt overigens niet alleen voor DHP.

Resumerend

Zoals eerder gemeld: om een goede bescherming tegen de Ziekte van Weil te waarborgen is het noodzakelijk jaarlijks daartegen te blijven vaccineren. Het is zelfs zo dat er wordt aangeraden om bij een tussentijd van langer dan anderhalf jaar de enting weer opnieuw op te starten met een tweevoudige prik met een maand tussentijd. Ook de bescherming tegen kennelhoest is slechts één jaar. Titeren vervangt dus absoluut niet de jaarlijkse prik maar is juist van toegevoegde waarde om te kijken wanneer enten met de ‘DHP-cocktail’ noodzakelijk is.

Het is voor de eigenaar nu de kunst om met al deze informatie de juiste keuze te maken tussen wat praktisch mogelijk en wetenschappelijk wenselijk is. En ik hoop dat het baasje van zijn of haar dierbare viervoeter daarbij in ieder geval een goed gevoel overhoudt. Maar ik ben als bistedokter pas tevreden als mijn verhaal een forse bijdrage kan leveren om tegenwicht te bieden aan alle onzin die op het gebied van titeren en enten op het internet circuleert.

Oktober 2016

Kogeltje

Jaren geleden schreef ik al eens over een ‘kattenhater’ die met een windbuks een jonge poes te lijf was gegaan. Destijds was een anonieme brief mijn deel waarin stond of ik me wel realiseerde welk ‘onverhoopt’ leed het kattengespuis met kakkerij veroorzaakte in fraai verzorgde bloemperkjes of strakke zaaibedden in de moestuintjes. Om nog maar te zwijgen van de beproeving van het jongevogelgeluk. Toch vind ik het ongepast om op huisdieren te schieten. De bistedokter is sowieso niet zo van de jacht. Dat is uitermate hypocriet, want ik ben ook weer geen vegetariër. Het ligt gewoon niet in mijn aard. Al mep ik dan weer wel de vlieg dood die me mateloos zit te irriteren door continue op mijn armen te paraderen terwijl ik dit stukje zit te typen. Ook zet ik een klem in de tuin om die akelige mol te vangen die het pas ingezaaide gazon ondermijnt. Meestal graaft ie daar helaas vrolijk weer een nieuwe gang onderdoor. Ik schiet echter uitsluitend met mijn camera, het liefst mooie plaatjes. Zoals van ijsvogeltjes bij onze pas gegraven vijver.

IJsvogeltjes in ReduzumIJsvogelpaartje bij onze nieuwe vijver

Onlangs had ik weer een slachtoffer op de operatietafel. Gered van een campagne tegen het overtallige kattenbestand op een boerderij. Dit poesje heeft het gelukkig overleefd; het kogeltje heb ik verwijderd, maar de knie was aan gort…

Om het praktijkgebeuren even achter ons te laten gaan mijn echtgenote en ik zo nu en dan lekker uit eten. Het gekozen verrassingsmenu was vurrukkuluk: na de snoekbaars en de paling van onze eigen dorpsvisser Ale kregen we eendenborst voorgeschoteld. Indachtig mijn aard en achtergrond was het gevogelte niet geschoten, doch gevangen in een eendenkooi, zo vertelde onze gastheer. Terwijl mijn tong weldadig werd beroerd moest ik denken hoe de eend dan toch aan zijn end was gekomen. Waarschijnlijk gewoon de nek omgedraaid. Verroest, ik voelde wat tussen mijn tanden. Voorzichtig manipuleerde ik het tussen m’n lippen door naar buiten. Een rond stukje metaal kletterde op het bord. We waren op de fiets en dus in staat een wijnarrangementje aan te gaan. Ondertussen zaten we aan ons derde glaasje en daardoor was ik ietwat minder geremd. Een beetje ontdaan door mijn woorden ‘wat voor lulverhaal’ hij ons had willen doen geloven, verdween onze gastheer met het lood naar de keuken. Volgens de kok was de eend wellicht aangeschoten en in de kooi pas echt van De Vrijheid beroofd. Ja, ja… En de mol? Die lag vanmorgen op de stoep. Wellicht de poes!

September 2016

Duikertjes 011 ADuikeendjes in diezelfde vijver

Postduif

‘Een postduif is een gedomesticeerde afstammeling van de rotsduif. Door kunstmatige selectie zijn duiven gefokt die, na een periode bij de eigenaar te hebben doorgebracht, indien naar elders vervoerd en losgelaten, op nog niet volledig begrepen wijze de weg naar hun oorspronkelijke verblijf terugvinden.’ Aldus Wikipedia. Vroeger werden duiven vooral gebruikt om berichten te versturen. Al in de tachtigjarige oorlog was dat het geval. Leidens Ontzet (1574) is zonder meer bevorderd omdat de Leidenaren door middel van berichten via postduiven op de hoogte waren van de op handen zijnde aanval op de belegerde stad. De duivenhouder die destijds een briefwisseling met de Prins van Oranje op touw zette kreeg de toepasselijke naam Van Duyvenbode toebedeeld.

Maar ook in de beide wereldoorlogen zijn de ‘heldendaden’ van deze gevederde vrienden talrijk. Cher Ami ontving zelfs na de Eerste Wereldoorlog het Croix de guerre, een hoge Franse onderscheiding voor moed, omdat deze duif belangrijke berichten in Verdun afleverde. Tijdens haar laatste heldhaftige vlucht werd ze aangeschoten, maar zorgde ze er desondanks voor dat ruim 190 manschappen van een wisse dood werden gered. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg G.I.Joe de hoogste Britse onderscheiding voor dieren, de Dickin Medal. Het bericht van deze duif voorkwam tijdens een storing in het radiocontact dat de Britten honderden eigen militairen bombardeerden.

Tegenwoordig doen duivenmelkers vooral wedstrijden met postduiven. Zelfs tot in Japan aan toe, maar daar voegen bookmakers er nog een extra dimensie aan toe.

Onze middelste junior heeft sierduiven. Geregeld komt er een ‘gast’ aanwaaien. Onlangs nog een geringde postduif. Een vrij tamme, zodat die ring al snel kon worden afgelezen. Via internet werd de rechtmatige eigenaar in Zwolle opgespoord. Er werd contact gelegd en afgesproken dat een kennis de duif onderweg in Meppel zou lossen. Dan was het immers nog slechts een kippenwipje naar de thuisbasis. Twee dagen later stapte de afvallige echter alweer parmantig bij ons achter op het dak van de duiventil… De diagnose? Ik denk aan een nog niet volledig begrepen afwijking aan het oriëntatievermogen van duivemans. De stand van de zon, het landschap, geuren, de wind, het aardmagnetisme, zwaartekracht, infrageluid en zelfs ‘quantumverstrengeling’ (wat dat dan ook maar moge zijn) spelen daarin allemaal mogelijk een rol. We weten het niet precies. Al was het geen recordvlucht, de postduif wist Reduzum wel weer te vinden! Wellicht is het voer van onze junior gewoon lekkerder dan in Zwolle… In ieder geval is ie voor de oorspronkelijke eigenaar waardeloos geworden voor de duivensport. Deze stuurde na het volgende contact dan ook prompt het eigendomsbewijs op.

Augustus 2016

IMG_20160629_183715-1 - Postduif

De Manx van Reduzum

Als op zaterdagmiddag de bel gaat, tref ik een hevig geëmotioneerde buuv’ op de stoep. Tussen haar duim en wijsvinger hangt een staart. Ze houdt ‘m een beetje bevend van zich af, zodat er nog leven in lijkt te zitten. Overduidelijk een kattenstaart. Die is van Pyr, hun lenige jeweetwelkater. Pyr is net snel genoeg geweest om voor een rappe automobilist de straat over te steken, maar heeft buiten zijn staart gerekend. Hij was heel hard doorgerend terwijl zijn staartomhulsel onder de autoband op straat werd afgestroopt. In het huis van de overburen trof ik de rest van het gezin onthutst aan. Pyr rende met een ontlede staart door het huis, her en der een druppel bloed achterlatend. Nou ben ik er de man niet naar om iemand een oor aan te naaien dat ik dat met een staart ook zou kunnen, dus vertel ik eerlijk dat de rest van Pyr z’n staart er helemaal af moet. Als bij de familie het besef is ingedaald dat er geen andere uitweg is, neem ik de buurkat in een mandje mee naar de praktijk en amputeer de staart. Of beter gezegd: wat daar nog van over is. Nog diezelfde middag brengt de buurman een groot bos bloemen als welgemeende dankbetuiging, want “volgens mij had je geeneens dienst vandaag…”

De operatie was goed gelukt, al zeg ik het zelf. Ik had slechts twee staartwervels overgelaten en een drain in de wond gelegd. Er was namelijk nogal wat beschadigd weefsel rondom de staartbasis en anders zou er zich onherroepelijk wondvocht ophopen. Een piepklein staartje resteerde met een feestelijk strikje erom. Dat ‘strikje’ had Pyr al na twee dagen zelf verwijderd, maar gelukkig vond het overtollige vocht nog steeds een weg naar buiten. Helaas bleef de wond wat lopen en 12 dagen na de ingreep piepte er ineens opnieuw een staartwerveltje tussen de hechtingen door… Het korte staartje bleek nog te lang, zo je wilt: de wond te krap. Een tweede operatie volgde en Pyr leverde opnieuw een werveltje in. Nu kreeg ie naast huisarrest ook nog eens een kraagje om, zodat de wond volledig met rust gelaten werd. Het sacherijn kon haast niet groter. Na drie weken van wat Pyr zag als ‘pesten’ hebben we besloten hem de vrijheid terug te geven. Er zat een mooie korst over de wond en heel langzaam sloot de huid zich daaronder weer over zijn staartpuntje. Eind goed, al goed? Het hele proces heeft dan echter ondertussen wel ruim twee maand het geduld van de kat en zijn behandelaars danig op de proef gesteld!

2016-06-16 18.09.43

Op het eiland Man in de Ierse Zee hebben de meeste katten geen staart. Het is gelukkig niet zo dat daar roekeloos gereden wordt en een collega de hele dag kattenstaarten staat te amputeren. Door een mutatie worden die katten daar namelijk zonder aanhangsel geboren en vormen zo een waar ras: de Manx.

Juli 2016

2016-06-16 18.10.14

Soulmates

“Rakker ligt languit midden op het kruispunt en kan helemaal niks meer”, zo luidde het zeer dringende spoedgeval. In gedachten zag ik allemaal auto’s in een file voorzichtig om de hond heen manoeuvreren… Toen ik arriveerde bleek de ouwe Labradorreu inderdaad uitgeteld op een overigens doodstille kruising te liggen, recht voor het huis waar ie woont. Na onderzoek kreeg ik ‘m met enige moeite weer voorzichtig in de benen en stiefelde de grote reu zwaar hijgend naar huis terug. Ik zwaaide naar zijn baas Arjen, die steunend op de rollator voor het raam stond toe te kijken. Binnen passeerden verschillende opties omtrent de oorzaak de revue. Rakker is twaalf. Leeft al ruim twee jaar op pijnstillers c.q. ontstekingsremmer wegens chronische artrose van de achterhand, maar doet het daar prima op. Drie jaar geleden heb ik nog een rare tumor van zijn poot verwijderd en ook daar is hij volledig van hersteld. Epilepsie zoals één van de vorige honden van het echtpaar destijds had was het in ieder geval niet. Dat geeft vaak een kramptoestand en nu was Rakker gewoon ineen gezegen tijdens het uitlaten. Ik kon slechts een hele vage snelle hartslag ausculteren en nauwelijks een pols voelen. Het meest waarschijnlijk was dat Rakker een flauwte heeft gehad door hartfalen en daardoor even uit de tijd was geweest. De symptomen van al enige tijd hoesten bevestigden dat ook nog eens. “Heeft ie het dus ook aan het hart, net als zijn baas”, luidde de conclusie. Arjen heeft namelijk een kleine dertig jaar geleden op zijn 46ste al een hartinfarct gehad en de eerste omleiding gekregen. En momenteel is hij herstellende van 10 weken ziekenhuisopname na weer een ingreep. Ik schreef Rakker medicatie voor om zijn hart beter te laten functioneren en het overtollige vocht uit de longen af te drijven. Dan neem ik afscheid met een bemoedigende schouderklop voor de baas. Arjen kromp ineen van de pijn, want zat daar vlakbij niet de wond van het implantaat dat hij net had gekregen…?

Drie dagen later bij het controlebezoek sprintte Rakker me tegemoet in de hal. Het ging zo goed dat Rakker zich teleurgesteld toonde dat ie z’n gewone rondje niet meer mocht maken, zo vertelde de bazin mij. En dat had ik nou juist verboden om situaties als eerder te voorkomen. De vrouw des huizes heeft het overigens maar druk met haar patiënten. Vandaag heeft ze zelfs ook nog een ziek kleinkind onder haar hoede. “Gelukkig bent u heel wat mans. Bovendien is het mooi weer en kunnen ze lekker in de tuin”, opper ik. “Jaa, maar die moet ik ook nog helemaal in m’n eentje onderhouden…”

Soulmates DSC_0700

Het is een beetje riskant om een stukje te schrijven over deze beide hartpatiënten. Want ze leven allebei natuurlijk bij de dag. Maar als de hond zich net zo’n taaie Rakker toont als zijn baas, zal het best wel loslopen. Ik hoop dat deze beide soulmates nog een hele poos gegund is.

Juni 2016

De opvolgers

De lammerij is weer achter de rug. Bij onze eigen koppel is dat uitstekend verlopen: één eenling, een drieling en de rest van de ooien bracht twee lammeren. Een prima gemiddelde! Na het verlies van ‘Betty’, het Zwartbles schaap tussen onze Texelaars, hebben we in december een tweetal jonge drachtige ooien gehaald uit Wytgaard: Stippel en Bles.  Dat ging nog niet zonder slag of stoot, want de dames wilden eigenlijk niet weg bij hun soortgenoten. Stippel jumpte gewoon uit ons karretje zodat het stel met de paardentrailer moest worden gebracht. Gedurende de winterperiode konden ze aan hun nieuwe omgeving wennen en maakten we ze tam. Ze aten al vrij snel de biks uit de hand. Volgens fokker André moesten ze ongeveer half april lammeren, de exacte dekdatum was echter niet bekend. In ieder geval ruim na onze Texelaars. Nu kun je het moment van lammeren redelijk aan het uier ‘aflezen’, maar daar mocht ik van de beide dames niet aankomen. Hoe onbetamelijk! Het is onvoorstelbaar wat voor verontwaardigde blikken mij dat opleverde. Natuurlijk, het is onoorbaar om aan het voorkomen van aanstaande moeders te zitten, maar ik kan het uier door hun lange vacht helaas niet zien. Er zat dus niets anders op dan de dames dan maar goed in de gaten te houden. 13 april bracht Stippel twee rammen, een flinke en een miezertje. Die laatste had veel moeite om op gang te komen.

Schapen april 2016 010

En och, wat was die ooi wijs met de tweeling. Ze liet mij zelfs gedwee het kleintje aan haar uier aanleggen, als ie dat niet kon vinden. De ander deed het prima, maar die kleine groeide niet. Wilde ook niet uit de fles drinken en werd slapper en ellendiger met de dag. Na 4 dagen heb ik besloten het in te laten slapen. Een dag heeft Stippel onrustig gezocht…

Bijna twee weken moest Bles jaloers toekijken, toen was zij aan de beurt. Midden in de nacht kwam haar rijkewolveeswens uit. Zij bracht een ‘spantsje’, oftewel een rammetje en een ooitje. Stippel kon veel eerder met haar lam naar buiten, maar dat was geen succes. Ze blèrden  voortdurend naar elkaar; dan maar weer samen in het hok…

DSC_0662

Nu lopen ze tussen de andere schapen met alle lammeren. Grappig, de Zwartblessen zoeken elkaar steeds weer op. Zowel de moeders als de lammeren. Integreren is dus blijkbaar niet alleen een humaan probleem. Het zal wellicht nog wat tijd nemen, maar ik ben ervan overtuigd dat deze opvolgers uiteindelijk net zo in de koppel worden opgenomen als Betty ooit was.

DSC_0600 - Blacky

DSC_0634 - de opvolgers

 

 

 

 

 

 

 

En de enige nazaat van Betty? Blacky bracht twee witte ooitjes. Hun genen verloochenen zich niet want zij zijn het meest nieuwsgierig naar het zwarte grut. Want ja, moeders is immers ook donker. Waarom zij dat niet zijn? Wel, daar schrijf ik niet opnieuw een prijsvraag over uit!

Mei 2016

Schapen april 2016 002

De bistedoktervakantiechecklist

De vakantie staat weer voor de deur. Momenteel worden we doodgegooid met lijstjes van zaken die we vooral niet moeten vergeten voor we vertrekken. De auto moet een grote beurt; het huis dient proper te worden achtergelaten en de ANWB strooit met adviezen. Zelf gaan we binnenkort ook. De tickets liggen al klaar!

In al dat adviesgeweld mag de bistedokter natuurlijk niet ontbreken. In de hoop dat het de voorpret niet teveel bederft, volgt hier een checklist voor het geval het hondenbeest of poeslief (niet) mee gaat:

√    Algemeen

Neem altijd het eigen vertrouwde voer mee. Dat is vast niet overal verkrijgbaar en dan hoeft uw dier niet onverhoopt aan andere brokken te wennen. Natuurlijk moet er een mand, bench of deken mee en vergeet de favoriete speeltjes en verzorgingsartikelen niet.

Meestal gaat het richting bos, heide of de duinen en dan is een tekentang nooit weg. Nog beter is het tevoren een goed middel tegen teken (en vlooien!) toe te dienen. En indien het dier dagelijks medicatie krijgt, vergeet de medicijnen niet! Soms is het zelfs aan te raden als een dier geregeld last van een kwaaltje heeft om wat reservepillen bij uw dierenarts te vragen.

En om genante situaties te voorkomen, zorg voor voldoende hondenpoepzakjes.

 

√    Onderweg

Sommige dieren hebben last van wagenziekte. Het is de vraag of je ze dan aan een lange reis moet onderwerpen, maar als dat niet anders kan, dan is er tegenwoordig meer aan te doen dan alleen een primatourtje vooraf. Informeer ernaar bij uw dierenarts.

Denk in ieder geval aan voldoende drinkwater en een bakje voor onderweg. Las om de 2 uur een pauze in, dat is tevens beter voor de chauffeur. En laat never nooit een dier alleen achter in de auto, zeker niet als het ook nog eens warm is!

 

√     Buitenland

Een Europees dierenpaspoort, een identificatiechip en de rabiësenting zijn verplicht. Die laatste minimaal 3 weken voor vertrek. Verder hangt het vooral van de streek af. Voor Zuid Europa is het erg belangrijk preventief iets te doen tegen teken en zandvliegjes. Daarnaast moeten dieren goed behandeld worden om geen hartworminfectie op te lopen. Nadere info kunt u vinden op deze site bij vakantieziekten van onze huisdieren.

Sommige landen stellen bovendien aanvullende eisen en de wetgeving daaromtrent verandert voortdurend. Raadpleeg daarom dus tijdig uw bistedokter! Een uitgebreide info voor elk land is te vinden op de site van het Landelijk Informatiecentrum voor Gezelschapsdieren.

honden op vakantie

 

√      Pension

Als het huisdier niet mee op vakantie kan en er ook geen thuisblijvers zijn om erop te kunnen passen, dan is het pension een prima alternatief. Regel het tijdig en denk naast de standaard cocktail ook aan de niesziekte- en de kennelhoestenting als extra bescherming. Verder gelden de bovenstaande adviezen voor voer, medicatie en verzorging uiteraard ook.

 

√      Rariteiten

Informeer tevoren over locale geboden om teleurstellingen te voorkomen. In Spanje en Italië mogen honden bijvoorbeeld niet op het strand en in sommige andere landen moeten honden gemuilkorfd worden. In Duitsland is een speciale veiligheidsgordel voor honden in de auto verplicht en in Frankrijk zijn bepaalde rassen helemaal niet welkom… Deze info staat ook op de site van het LICG.

Tot slot: voor op de boot zijn er zelfs zwemvesten voor dieren verkrijgbaar.

 

√      Waarschuwing!

Elk jaar weer kunnen vakantievierende landgenoten het niet laten om een zielig zwerfkatje of een broodmager scharminkelbastaardje mee te nemen uit het buitenland. Al hoe nobel de motieven en hoe groot de dierenliefde ook mogen zijn, doe het niet! Juist deze dieren kunnen de meest vreselijke en besmettelijke ziektes bij zich dragen. Niet alleen voor dieren, ook voor mensen! Bovendien voldoen deze dieren niet aan de eerder genoemde invoereisen, waarmee de dierenvriend zichzelf ook nog eens de nodige problemen op de hals haalt. Als het dan toch zonodig zou moeten, regel het dan via een bonafide organisatie. Deze kan voor de wettelijke vereisten zorgdragen en laat het beestje niet eerder gaan indien het echt gezond is. Bedenk bovendien of het betreffende aandoenlijke zwervertje wel echt in de bestaande thuissituatie zal passen. De Nederlandse asielen zitten immers al vol met autochtone asielvinders, daar hoeven geen asielzoekers bij!

 

√      Het aller-voornaamste

Neem bij calamiteiten onderweg altijd even een time-out, zodat er een verstandige oplossing komt bovendrijven. Overhaaste beslissingen werken vaak averechts. Het is uiteindelijk vakantie. Iedereen zou juist op verhaal moeten komen en het genieten staat toch voorop?

Neem tot slot het telefoonnummer van uw dierenarts mee, dan kunt in geval van nood betreffende uw viervoetige reisgenoot in ieder geval even overleggen.

Prettige vakantie!

Mei 2015/2016

Hond op vakantie

 

De Dieetcoach

Ook in bistedoktersland bestaat een soort van dieetcoach: de veterinaire voedingsconsulent. We weten hoe belangrijk voeding voor onszelf is; voor dieren is dat niet minder het geval. Elke levensfase brengt bovendien andere behoeften met zich mee. Een opgroeiende jonge pup of kitten zal anders gevoerd moeten worden dan de bejaarde viervoeter. En de werkende jachthond in de bloei van zijn of haar leven heeft veel meer belang bij energierijk voer dan de theemuts die het liefst de hele dag lekker bij het vrouwtje op schoot ligt. Met het goede voer kun je in het ene geval ellende voorkomen en in het andere de gezondheid van je huisdier juist verbeteren. Neem de poes of kater met blaasontsteking. Die lijkt onzindelijk en piest zomaar overal in huis. Of nog erger: kan helemaal niet meer plassen. Meestal los je dat niet zomaar op met een kuurtje; speciaal dieet biedt vaak de beste oplossing. Hetzelfde geldt voor de chronische poeperatiepatiënt. Ook daar zijn medicijnen lang niet altijd doeltreffend.

Zo bestaat er dieet voor de nierpatiënt, de hond of kat met gewrichtsproblemen, dieren met lever- of hartklachten en zelfs voor katten met stress. Probleem is dat jouw geliefde viervoeter soms wat verwend is en het dieet niet lust. Dat kunnen we dan weer oplossen met verschillende varianten van de diverse diëten. De voerindustrie is wat dat betreft grenzeloos inventief en doet er alles aan om het eten zo lekker mogelijk te maken. Elke abrupte voerwisseling kan evenwel juist tot darmklachten leiden; meestal is het verstandig eerst een aantal dagen het nieuwe voedsel met het oude te mengen. Dat verhoogt bovendien vaak de acceptatie van het dieet. Met name de kat is wat dat betreft net als de boer die niet eet wat ie niet kent…

Speciale aandacht verdient het dier met obesitas. Net als bij ons mensen is overgewicht bij dieren funest. Er is bijvoorbeeld een grotere kans op diabetes en vooral gewrichtsklachten. Op onze praktijk draaien we een speciaal ‘Slim Fitprogramma’ waarin we dier én baas begeleiden om het dier op het juiste gewicht te krijgen én te houden. Je kunt zonder kosten instromen. Slechts motivatie van de baas is gewenst. Ter geruststelling: we bemoeien ons uitsluitend met het gewicht van het dier.

Diploma Veterinair Voedingscollege

Voor al de genoemde en andere voedingsvragen en –problemen hebben we sinds kort twee gediplomeerde voedingsconsulenten in onze praktijk. Je kunt in de dierenwinkel of op het internet te kust en te keur, maar het valt niet mee met al die informatie de bomen door het bos nog te blijven zien. Een beetje hulp is dan vaak onontbeerlijk. Informeer bij de balie of maak gewoon een afspraak in onze praktijk in Grou (Dierenartsenpraktijk Reduzum-Grou). Onze voedingsexperts zullen je graag behulpzaam zijn.

April 2016

De Huskysafari

De beroemde Noorse ontdekkingsreiziger Roald Amundsen maakte in 1911 gebruik van ruim 50 sledehonden om als eerste mens op de zuidpool te staan. De helft van dat aantal werd gebruikt om de overgebleven honden van vlees te voorzien…

De Siberische Husky behoort tot de oerrassen en staat genetisch heel dicht bij de wolf. We hebben er slechts een handvol van bij ons in de praktijk. Het is een schrandere, betrouwbare hond met een vriendelijk karakter en een enorm uithoudingsvermogen. Een echt roedeldier dat is gefokt om als sledehond dienst te doen. Alaska Husky’s vormen geen echt ras maar zijn kruising sledehonden. Soms met duidelijke uiterlijke trekjes van zijn Siberische neef, vaak ook helemaal niet. Zo hebben ze zowel staande als hangende oren en diverse kleuren. Hun uithoudingsvermogen daarentegen is juist minstens zo goed, vooral in duurlopen.

Vroeger was in Nederland de hond ‘het paard van de armen’. Vanaf 1910 werd er zelfs een speciale ‘Trekhondenwet’ in het leven geroepen met regels en voorschriften om het gebruik van de hondenkar te reguleren. Vanaf 1963 werd dit fenomeen verboden, met dien verstande dat er een vrijstellingsmogelijkheid bestaat voor de sledehondensport. Nu is het hier slechts bij hoge uitzondering mogelijk de hondenslee te gebruiken; in het hoge noorden loopt dat seizoen van eind oktober tot in april.

De afgelopen zomer waren mijn vrouw en ik in Fins Lapland. Daar hebben we onder meer een rondleiding gehad op een heuse ‘Huskyfarm’. Het was reuze interessant om te zien hoe de honden daar gehouden werden met als enige doel om ze in de winter voor de hondenslee te spannen. Toen al besloten we daar ooit eens terug te keren om die dieren in de winter aan het werk te zien. Die gelegenheid deed zich eerder voor dan we hadden gedacht.

Lapland 2016 006

Lapland 2016 024

 

 

 

 

Deze voorjaarsvakantie waren we terug in winters Lapland om onze trouwdag te vieren. Er lag wel een meter sneeuw en het vroor bij aankomst meer dan 20 graden. Voor het eerst samen op ´wintersport´! De twee voornaamste doelen waren het noorderlicht zien en de huskysafari. De Aurora Borealis zagen we nota bene op onze trouwdag rond middernacht. Werkelijk schitterend…

Lapland 2016 066

Twee dagen later gingen we op huskysafari. We hadden de wekker gezet want we moesten al vroeg startklaar staan voor de taxi die ons samen met een ander Nederlands koppel naar de ruim 30 km noordelijker gelegen huskyfarm zou brengen. Een oude Opel vol butsen werd gereden door een jongeman van naar we denken een jaar of twintig. We moesten hem vragen de autoverwarming wat lager te zetten, want geheel voorbereid op de ontberingen die ons te wachten stonden zaten we al gauw in onze vijflagige thermokledij te zweten. Hij was totaal niet spraakzaam, belde niet handsfree onder het rijden, had zelf niet eens de gordel om en reed als een ‘pliesje’; met gemak boven de 100 op de besneeuwde weg. Desondanks kwamen we veilig aan. Gelukkig was onze gids bij de husky’s spraakzamer en overigens heel rustig en aangenaam in de omgang. Moet ook wel als je met een zestigtal honden werkt! We moesten nog even wachten op twee Duitse gasten en kregen toen gezamenlijk uitleg over de handling van de slee. De honden, vijf stuks voor elke slee, heb je geen controle over. Die volgen automatisch de gids, maar zijn tevens zo competitief ingesteld dat ze proberen de voorgangers in te halen. Je hebt teugels noch leidsels, alleen de rem: een soort anker dat de sneeuw ingetrapt moet worden en de honden geen mogelijkheid geeft om door te lopen als je er vol op gaat staan. Alleen de gids kan zijn slee sturen met commando’s naar de voorste honden toe.

Lapland 2016 218

Lapland 2016 130Lapland 2016 132

Lapland 2016 135

Alle vier sleden en de ingespannen honden staan al startklaar en vast vergrendeld met een touw aan een paal. Van het vijftal zijn de achterste twee zeker de sterkste; de middelste iets kleiner maar ook duidelijk voor extra trekkracht en de twee voorste het kleinst, maar die bepalen juist het meest de snelheid. Zodra de honden merken dat het bijna los gaat staan ze te blaffen en zichtbaar te trappelen van ongeduld. Ik ga eerst besturen achterop de slee; mijn vrouw Lia is als passagier gezeten op een rendiervel. Dan krijgen we het startsein en gaat het los! Al bij de eerste bocht ligt de slee van de Duitsers ondersteboven. De gids verankert zijn eigen slee en helpt ze weer op overeind. We zijn gewaarschuwd! En dan gaan we echt. De honden zijn echte werkers en gaan er als een speer vandoor. Ik heb moeite de slee op de weg te houden. De hond linksvoor duwt namelijk de rechter voortdurend naar rechts tegen de sneeuwrand van het pad. Daardoor dreigt de slee steeds te kapseizen. Met tegenwicht en overdwars sturen kan ik dat voorkomen. Heuvelop moet ik ter ondersteuning mee ‘steppen’, downhill continue op de rem trappen omdat we anders als een dolle naar beneden stuiteren. Binnen een kwartier staat het zweet me op de rug. Maar leuk dat het is!

Lapland 2016 147

Als onze gids merkt dat de laatste slee met onze medelanders wat achterblijft, stoppen we even en wisselt hij hun achterste paar met die van zijn eigen slee. Dat geeft mij de gelegenheid aan te geven dat bij onze linksvoor naar rechts trekt. De oplossing is simpel: de gids verwisselt ze en tilt de één gewoon over de ander; lopen maar weer! Meteen gaat het beter. We volgen een route door een desolaat winters landschap en komen over een heuveltop met een prachtig panorama. Helaas stoppen we niet even voor een fotomoment en verdwijnen we weer de bossen in. Geregeld moet een van de honden plassen of poepen onderweg. Dat doen ze lopend. Eentje presteert dat door op de beide voorpoten door te lopen en de achterhand gehurkt te houden zodat er toch een soort van poephouding ontstaat. Wonderlijk… Plots krijgen we even een oponthoud. De gids moet het pad met de schep uitgraven. Meteen maak ik van de gelegenheid gebruik om hem te attenderen om fotomomenten in te lassen. Hij belooft eraan te zullen denken. Bij de hervatting wordt de slee van onze landgenoten omvergetrokken omdat de honden teveel de binnenbocht nemen. Als alles weer op de rit staat gaan we opnieuw los. We denderen door de bossen, heuvel op, heuvel af. De honden zijn wat rustiger dan in het begin, maar lopen onvermoeibaar door. Ze hijgen voortdurend onder het rennen. Dan wordt er een wisselmoment ingelast: Lia gaat nu achterop staan om te sturen/remmen en ik mag in de slee plaatsnemen. Los gaan we weer!

Lapland 2016 167

Op een volgende top houden we pauze. Er worden foto’s gemaakt van het hele gebeuren en het schitterende panorama. De honden zijn hartstikke makkelijk in de omgang, laten zich vriendelijk aanhalen. De één gaat even rollen, de ander gewoon liggen om even te rusten; maar allemaal steevast attent om zo weer verder te kunnen. Dan gaan we weer. Eerst naar beneden en Lia moet vol op de rem. Even later verliest ze voor de tweede maal haar berenmuts. Wederom wordt die opgevangen door onze medelanders die achter ons rijden. Hij verdwijnt die dag voorgoed in de rugzak. Ik probeer foto’s te maken vanuit de gaande slee. Door het bij voortduren hotsebotsen valt dat nog niet mee, toch zal er vast wel eentje lukken…

Lapland 2016 178A

Onze landgenoten slagen er zelfs in een filmpje te maken! Je ziet mij op de rug…

(opname Stefanie de Ruiter)

Na ruim twee uur sleeën hebben we ruim 30 km afgelegd en komen we op de farm terug. Alle sleehondenspannen worden weer aan een paal vastgezet. Het is er een drukte van belang, want er staan alweer meerdere vijftallen klaar voor de middag. Wij maken uitgebreid foto’s en gaan vervolgens met de gids naar binnen voor een lunch van gevulde vissoep en koffie of thee, allemaal op een houtvuur bereid. Onderwijl vertelt hij over de farm. Daarna mogen we zelf de honden uitspannen. Ze krijgen niets te eten of te drinken, pas vanavond als ze wat tot rust zijn gekomen. Eenmaal los rennen ze meteen naar hun eigen plek. Daar worden ze door de baas vastgezet.

Lapland 2016 219

Willem de Zwijger brengt ons weer terug naar onze ‘Wilderness Lodge’. Net op tijd voor de afgesproken sauna. Dubbel (na)genieten!

Resumerend: het is onvoorstelbaar met wat voor drive die honden je daar door de bossen sleuren. Zielige mishandeling? Helemaal niet! Heuvel op moet je echter wel degelijk meesteppen en duwen. Al gauw heb je dan zelf het zweet op de rug. Eén van de honden keek soms zelfs even vermanend achterom om te zien of ík heus wel m’n best deed… Als je daarentegen bergafwaarts gaat moet je vol op de rem om niet te ontsporen. Kortom, we hebben enorm genoten!

Lapland 2016 211 - Husky

Maart 2016

Duifeuilletil

De appel valt nooit ver van de boom. Eertijds had ik duiven. Witte sierduiven. In hetzelfde hok achter ons huis wordt alweer een paar jaar gekoerd. Junior kreeg een viertal van zijn stageadres, van de Grote Kunstenaar uit Easterwierrum. Het stel woont bij de konijnen ‘op zolder’, wordt gekoesterd en dijt alsmaar uit.

Konijnen en Duiven 007

Ik vernuiver mij nog altoos kostelijk over de bewoners van onze duiventil. Aparte, eigenwijze vogels zijn het. Het allereerste paartje moest nog veel leren. Nesten maken leren ze wellicht nooit. Het is gauw klaar met drie takjes en een strootje… Vervolgens leggen ze twee eieren die heel geëmancipeerd bij toerbeurt door man en vrouw worden bebroed. De eerste eieren bleken onbevrucht en kwamen dus ook na de dubbele broedtijd maar niet uit. Daarna was er steeds wat. Ze zijn gedomesticeerd en daardoor is de leg niet seizoengebonden. En als de duivenmelker het toestaat, broeden ze dus ook het hele jaar door. Of het bleek te koud, dan weer verzorgden de ouders hun kroost domweg onvoldoende. Ineens ging het beter en kwamen er steeds meer duiven in de til. Het gaat het best als er maar één ei uitkomt. Dan hoeven de ouders namelijk niet te kiezen wie de kropmelk moet. Het is wel voorgekomen dat ze alleen de grootste schreeuwlelijk voeren en de kleinste gewoon verwaarlozen…

IMG_20150408_190933

Jonge duiven zijn wel zo ongeveer de lelijkste schepselen van moeder natuur. Ze hebben nog het meest weg van de al uitgestorven dodo. Het duurt weken eer er enige gratie zichtbaar wordt die duiven in het algemeen en sierduiven in het bijzonder zo eigen is. En tot die tijd zijn het hulpeloze creaturen die wederom door beide ouders gevoerd worden. Langzaam komt de metamorfose en dan vliegen ze ineens uit.

IMG_20150416_180626

IMG_20150501_191756

Inteelt ligt op de loer, maar gelukkig zorgen aanvliegers tijdig voor vers bloed. Het is soms een komen en gaan van opportunistische asielzoekers. Het gevolg is dat er tegenwoordig een gemêleerd gezelschap huist boven de stampende viervoetertjes. Ze ‘beroven’ die medebewoners overigens geregeld van hun voedsel: broodkorsten en konijnenbiks blijken goed verteerd te kunnen worden in de duivenmaagjes. Zelfs de drinkfles gebruiken ze vaak liever dan hun eigen waterbakjes. Wellicht omdat ze daar ook erg weinig hygiënisch mee omgaan; zelfs hun badwater is al gauw een riool. Dan is een verkwikkende regendouche een weldadige oplossing. Heerlijk kunnen ze zich daarin laven!

Duivendouche

Het mooiste moment is op de namiddag als ze gaan formatievliegen. Feilloos vormen ze dan een hechte groep die steevast eindigt op de nok van ons huis. Een paar keer per jaar slaat echter de totale paniek toe. Dat is als de sperwer in het luchtruim wordt gesignaleerd. Die jaagt namelijk net zo lang tot ie er eentje te pakken heeft. Je kunt alleen maar machteloos vanaf de grond toekijken hoe de rover toeslaat. Vervolgens kun je de overlevenden in totale shock uit de dakgoot of van het balkon plukken. Het duurt wel een dag eer de angst uit de oogjes is verdwenen…

Sperwer eet duif

Konijnen en Duiven 008 - Witte duif

In diverse culturen staan duiven symbool voor zowel de vrede als de liefde. In Genesis staat beschreven hoe Noach tijdens de zondvloed een duif loslaat. Als deze terugkomt met een olijftak in de snavel geeft dat aan dat het waterpeil dalende is. In de loop van de geschiedenis is dat verworden tot hét teken van vrede en verzoening. Niet alle duiven hebben echter die pacifistische inslag. Doffers kunnen namelijk enorm ruzie maken en tot bloedens toe vechten. Vooral als het om de vrouwtjes gaat! Des te duidelijker is daarmee de amoureuze symboliek: kijk naar de onvermoeibare balts van de doffer om een duivin het hof te maken. Er is een koerende feuilleton te schrijven over een verliefd duivenstelletje. ‘Tortelduifjes’ is niet voor niets synoniem voor een paar dat zich innig verliefd gedraagt. Maar los van alle symboliek vind ik het fantastisch om te zien hoe onze duiven genieten van hun vrijheid als ze op topsnelheid met de hele groep hun rondjes om het huis suizen. Om daarna netjes gespreid op de nokpannen van het huis neer te strijken. Oude liefde roest niet. Hartstikke leuk dat junior de draad weer heeft opgepakt!

Duiven in de sneeuw

Februari 2016

Puppyparty haalt de LC

Afgelopen donderdagavond beleefde onze praktijk de primeur van een puppyparty. Na een feestelijke ontvangst van alle baasjes met hun pups en het voorstelrondje werd er door Lia en Janet uitgebreid stilgestaan bij allerlei zaken aangaande de gezondheid. Medische zaken als vaccinatie, wormen en andere parasieten en ook de voeding passeerden de revue. Tevens maakten de pups ongedwongen kennis met elkaar, de weegschaal, de spreekkamer en de behandeltafel. Dit allemaal om de pups op een positieve manier in aanraking te laten komen met de dierenartspraktijk.

Puppyparty 023 Koffie-thee-Timo en Josje

Puppyparty 024De ontvangst met wat lekkers

Puppyparty 025 Djaluna en Rosa vergrootDe chihuahua’s Djaluna en Rosa

Puppyparty 027De avond werd geleid door Lia en Janet

Puppyparty 035De familie Jansen uit Gau met Rosa

Puppyparty 049Dolle van de familie Hekstra wordt gewogen

Puppyparty 034De familie Gerlofs met Eloy

Puppyparty 051Josje van Elma Sinnige op de behandeltafel

Puppyparty 055 Yfke ontspannen op tafelYfke van Foppe en Elly Jorna ontspannen op tafel

Puppyparty 057 - SocialiserenAndermans pup is ook leuk!

Puppyparty 052De familie Bies met Timo krijgt instructies van Lia

Puppyparty 060Wat ben jij groot! Nou, nou… ben jij ook een hond?

De aankondigingsposter van onze praktijk had zelfs de aandacht getrokken van de Leeuwarder Courant. Bijna een uur lang volgden journalist Ger Bosklopper en zijn fotograaf Jacob van Essen alle verrichtingen. Dat resulteerde in een artikel in de LC van vrijdag 19 februari. We verwachten dat dit jongehondenfeestje zeer zeker een vervolg zal krijgen!

img191

Puppyparty!

M’n oudtante had gelijk. Ik mocht haar graag. Als Tante Hil kwam was het een beetje feest. Ze had een brede blik op de wereld en was altijd zeer belangstellend. Maar ze keek nooit in de kinderwagen. ‘Ik zie liever een pup’, zei ze dan. Inderdaad: hoe lelijk het ras ook moge zijn, puppy’s zijn áltijd leuk! Maar mollige snoetjes worden groot en dan zijn ze lang niet altijd meer zo makkelijk te hanteren. Zeker als de handenbindertjes aan het puberen slaan. Net zoals onze kinderen eerst naar de peuterklas gaan, zo is het verstandig met een jonge hond de puppycursus te bezoeken. Ik raad het altijd aan. Ook al heb je eerder honden gehad en zelfs opgevoed, puppy’s moeten socialiseren. Ze behoren de hondentaal die ze in het nest hebben opgedaan verder uit te bouwen. Daarnaast veranderen inzichten over opvoeding voortdurend. Diereigenaren krijgen altijd weer nieuwe handvaten aangereikt om een hond beter onder controle te krijgen en te houden. De cursusleider ziet de pups het liefst zo jong mogelijk op de hondenschool. Zelf geef ik de voorkeur aan een paar weekjes later als de entingen de weerstand op peil hebben gebracht. Voor beide is wat te zeggen; uiteraard geef ik de gezondheid voorrang…

Aicha 5 - portret

Als een pup voor de eerste keer bij ons op het spreekuur komt, is de dierenarts meteen een beetje de boeman. Het mondt immers vrijwel altijd uit in een prik. Ook al staan we daarna met een lekker brokje klaar ter compensatie; de pup zal vaak een beetje een nare associatie met de spreekkamer houden. Daar gaan we wat aan doen! We gaan puppyklasjes maken om de pup aan de praktijk te laten wennen en om baasjes tegelijkertijd van allerlei informatie te voorzien. Hoe maak ik het voor de pup leuker en hoe kan ik hem of haar laten wennen aan onderzoeken. Dat is voor de eigenaar zelf ook heel handig als deze later zelf bepaalde (be)handelingen moet verrichten. Verder zullen we allerlei zaken als (op)voeding, ontwormen, vlooien- en tekenbestrijding, vachtverzorging en wat de baasjes ook maar ter tafel brengen de revue laten passeren. We starten in februari. Belangstellenden kunnen terecht bij de balie en zich telefonisch of via de mail opgeven. Nadere informatie staat ook op de site van onze praktijk.

Tante Hil was altijd zeer uitgesproken. En een beetje van de oude stempel. Ik vind het jammer dat ik haar dit ‘lumineuze’ idee niet meer voor kan leggen. Toch weet ik vrijwel zeker hoe ze zou hebben gereageerd. ‘Puppyparty???’, zou ze bijna spellend hebben gevraagd.  En daarna zou ze in schaterlachen zijn uitgebarsten zoals alleen Tante Hil dat kon.Aicha met kip - portret

Januari 2016

 

Oud & Nieuw

Heel gek, hoe snel je gewend raakt aan nieuwe situaties. Toch was het dit jaar een hele ommekeer voor onze praktijkvoering: de hele dag open te zijn. Het bevalt goed en we merken dat onze klandizie het ook erg op prijs stelt. Daarnaast werken we steeds meer op afspraak. Een trend die zeker zal doorzetten. Nieuw waren ook de gedragsconsulten van mijn eega. Zowel op de praktijk als in de thuissituatie hielp Lia baasjes hun viervoeters op het juiste spoor te zetten. In het nieuwe jaar staan puppyparty’s op stapel. Je hoort ervan!

Nieuwe vaccins en verbeterde middelen tegen vlooien en teken deden hun intrede en passeerden de revue in deze rubriek. Ze werden gretig gebruikt en werpen hun vruchten af: geliefde huisdieren zijn beter beschermd en hebben minder last van kriebelende kruipers en dito springers.

Verder schreef ik over een hitsig manlijk konijn met homo-erotische trekjes, over luisteren en gehoord worden en over de enorme ethische en medische dilemma’s waar we geregeld mee geconfronteerd worden: moeten we c.q. mogen we een dier nog helpen of kunnen we het beter uit zijn of haar lijden verlossen? En soms doe je vreselijk je best maar blijkt het niet te mogen lukken om een dier te redden (‘Je ne suis pas le bon dieu’).

Ik schreef dit voorjaar een prijsvraag uit over het gemêleerde kroost van mijn geliefde zwartbles Betty, die ik een maand later zomaar moest missen. Als troost ontving ik van een trouwe klant een aandoenlijk tafereeltje dat ik je niet mag onthouden.

Schaapjes 013

Maar eigenlijk houd ik niet zo van terugblikken; veel liever kijk ik vooruit! Deze week hebben we twee prachtige jonge blommen opgehaald: Stippel en Bles. Ben benieuwd wat voor merkwaardige fratsen we met hen zullen beleven dit komende voorjaar. De voortekenen zijn veelbelovend: tijdens het vervoer naar de nieuwe weide is Stippel al uit de veekar gejumpt… Ik houd je op de hoogte.

Rest mij een ieder een ‘beestachtig goed 2016’ toe te wensen. Laten we er samen het beste van maken!

Wat gemist het afgelopen seizoen? Je kunt alles uiteraard nog eens rustig nalezen op deze site.

Zwartbles Andre Ydema 009 - ooien

Januari 2016

Dilemma

Een week geleden kwam Jerka ‘s ochtends ziek bij ons binnen. Vage klachten, niet eten, beetje buikpijn en duidelijk niet fit. Eigenlijk net zoals ze deze zomer ook al eens was geweest. Maar had ze toen last van dezelfde kwaal of was er nu iets heel anders aan de hand? Het onderzoek wees wel in een bepaalde richtging, een buikecho zou uitsluitsel kunnen brengen. Nog diezelfde morgen was er gelukkig een plekje voor de ruim 10-jarige stabij te ritselen bij de specialist.

Mijn vermoeden van een milttumor werd in het dierenziekenhuis bevestigd. Intens overleg met de huisgenoten van Jerka volgde. Ze werden namelijk met een enorm ethisch dilemma geconfronteerd. De milt zou moeten worden verwijderd. Maar was het verstandig Jerka te laten helpen? Een hond kan prima zonder milt verder leven, dat is niet het probleem. Zo’n operatie is zelfs levensreddend, zeker op korte termijn. Meestal is een tumor van de milt echter kwaadaardig met een grote kans op uitzaaiingen. En in dat laatste geval is de levensverwachting slechts zes weken tot hooguit nog geen drie maand. Uitsluitsel omtrent de hoedanigheid van de tumor zouden we niet eerder kunnen krijgen dan na de ingreep. Met die wetenschap werd met betraande ogen besloten nog diezelfde middag Jerka bij ons op de praktijk toch te opereren.

We waren nog maar net op tijd, want de milt was ondertussen al gaan sijpelen. De buikholte stond vol met bloed. Zorgvuldig en voorzichtig haalden we de milt weg. Het was in ieder geval duidelijk dat als we niet hadden ingegrepen, Jerka de volgende dag zeker niet zou hebben gehaald…

Heel langzaam herstelde  de patiënt. Eerst wilde Jerka alleen slootwater drinken, daarna langzaam ook weer wat eten, zij het uitsluitend heel lekkere hapjes. Een week lang hield de patholoog ons in spanning over de uitslag. Op vrijdagmiddag kwam de verheugende mail: we hebben Jerka verlost van een goedaardige tumor. Wel een tumor die vaak vroeg of laat kan gaan bloeden en daardoor uiteindelijk toch voor een dodelijke afloop kan zorgen.  Jerka kan prima verder zonder milt. Van mij mag ze heel oud worden. Van haar baasjes ook, zeker weten!

Jerka portretJerka

December 2015

Eenoog

In het land der blinden is eenoog koning. Zo luidt het gezegde. Maar gelukkig zorgt Moeder natuur bij mens en dier meestal voor een tweetal gezonde kijkers voor elk individu. Het gebeurt wel eens dat een oog zodanig beschadigd raakt, na een ongeluk of door ziekte, dat je het beter weg kunt halen. Dan is er tenminste nog eentje over om te zien, ook al wordt er aan gezichtsveld en diepte wat ingeboet. Bij mensen wordt dan een kunstoog geplaatst; bij dieren hechten we de oogleden gewoon dicht. Met een eenoog als resultaat.

Eenoog, Famke,Christina en Daan v.d.MeulenGouwe ouwe, kat 25 jaar 002 - kopie 1

 

 

<<Famke

 

 

Jopper>>

 

Een geheel ander fenomeen is cyclopia, de aangeboren eenoog. De naamgeving komt uit de Griekse mythologie. Homerus beschrijft in zijn Odyssee Cyclopen als woeste, eenogige reuzen die kinderen verslonden. Deze monsters hebben dat ene oog midden in het gezicht onder het voorhoofd zitten. Men denkt dat de fantasie van de Grieken op hol is geslagen toen ze olifantenschedels vonden. Daarin zijn ondiepe oogkassen te zien en een groot gat op de plaats van de slurf. Bij cyclopia gaat er in de ontwikkeling van het embryo iets faliekant mis. De voorkwab van de hersenen vormt geen twee aparte hersenhelften. Gebreken in de hersenstructuren en de hersenfuncties zijn dan het gevolg. Tevens ontstaan er ernstige misvormingen in het gezicht. Er vormt zich slechts één groot oog op de plek waar de neusbrug moet beginnen met aan weerskanten gesloten oogleden en meestal ontbreekt er een neus. Vaak is de oogzenuw ook niet goed ontwikkeld. De jonggeborene zou dus niet kunnen zien, ondanks de aanwezigheid van het oog. De rest van de buitenkant van het lichaam lijkt bij cyclopia wel intact en goed gevormd. Soms ontwikkelen organen zich ook niet naar behoren en is er sprake van bijvoorbeeld een ernstig misvormd hart. Het komt zowel bij mensen als dieren voor. Meestal wordt de vrucht niet voldragen, en zo wel, dan sterft deze gauw na de geboorte. Het is letterlijk en figuurlijk een vreselijk gezicht. Deze afwijking zal vast ook in de oudheid wel eens voorgekomen zijn. Aangezien de levensvatbaarheid gering is, zal er nooit eentje ‘groot’ geworden zijn. Wellicht in combinatie met de gevonden olifantenschedels heeft de Cycloop zijn intrede in de mythologie beleefd. Wie zal het zeggen? In het land der blinden is eenoog immers koning. Onlangs ving mijn collega een kalf met deze afwijking. De moederkoe droeg het een maand over tijd en de boreling was dermate groot dat het met de keizersnede verlost moest worden. Een akelige ‘verrassing’ voor zowel de koe, de boer als de bistedokter. Het kalf heeft maar kort geleefd, omdat mijn collega er gauw een eind aan heeft gemaakt met een spuitje…

Cycloop kalf 1

Oktober 2015